Belfast: de leukste lelijke stad
Veel moois heeft Belfast niet. De Noord-Ierse hoofdstad draagt de sporen van een grimmig verleden. Maar de sfeer is ontspannen, de pubs staan vol en de bevolking reageert fantastisch.
Veel moois heeft Belfast niet. De Noord-Ierse hoofdstad draagt de sporen van een grimmig verleden. Maar de sfeer is ontspannen, de pubs staan vol en de bevolking reageert fantastisch.
Tussen haar mooie vriendinnen in is ze het lelijke eendje: flets en onopvallend. Niet het eerste meisje om verliefd op te worden. Maar als je met haar in gesprek raakt, treft haar sprankelende geest je en merk je dat ze lief, slim en grappig is. En dicht bij dat alledaagse gezicht zie je opeens hoe mooi haar ogen zijn. Er is geen houden meer aan: tot over je oren…
Zo is Belfast, de hoofdstad van Noord-Ierland. Veel stedelijk schoon vind je er niet. Amper mooie gebouwen, op enkele uitzonderingen na, zoals het stadhuis. Fraaie parken en groene dreven? Je moet ze met een lantaarntje zoeken. De straten zijn eerder grauw dan fleurig. En alleen met veel welwillendheid heeft het in beton gegoten waterfront langs de rivier de Lagan iets aantrekkelijks. Het zegt veel over de stad en haar inwoners dat de belangrijkste landmarks twee afgedankte gele scheepsbouwkranen zijn, Samson en Goliath.

Stadhuis van Belfast – Foto Shutterstock
En toch: wat een fijne, ontspannen stad! Wat een heerlijke mensen! Je voelt het op straat, die positieve, warme, vriendelijke vibe van Belfast. Je merkt het in de talloze pubs die maffe namen dragen als The Dirty Onion en The Thirsty Goat. En je ziet het voor je ogen gebeuren als je contact maakt met de inwoners. Mannen die ogen of ze je elk moment de kop van het lijf willen trekken, breken open in een brede glimlach. ,,Hi mate, h’re ye?” Vrouwen gaan stralen en beginnen tegen je te ratelen in hun even onweerstaanbare als onverstaanbare Noord-Ierse tongval.
In Belfast heerst een grenzeloos optimisme over een betere toekomst. De stad wil niets liever dan haar door de burgeroorlog belaste verleden achter zich laten. Nieuwe, bijna megalomane attracties, zoals Titanic Belfast, trekken miljoenen bezoekers van over de hele wereld. De stad is een vaste pleisterplaats voor cruiseschepen; jaarlijks meren er negentig aan. Het glamoureuze Victoria Square winkelcentrum – kosten: 400 miljoen pond – zou in een grote Aziatische stad niet misstaan.
Inwoners vertellen met liefde en trots over hun stad, hoe prettig het leven er is nu de broederstrijd voorbij is die families splijtte. In een van de talloze pubs raak je, onder het genot van een pint Guinness snel in gesprek met wie maar naast je zit. ,,De Troubles liggen achter ons, mate, we kijken alleen nog naar de toekomst.”
Na een of twee van de donkere, bittere biertjes wordt merkbaar hoe vers de wonden nog zijn, hoe dicht het trauma van het geweld onder de oppervlakte ligt. Iedereen heeft zijn verhaal, iedereen heeft omgekomen familieleden, vrienden en bekenden.
,,Het was een klotetijd”, zegt Terri Hooley (68), een plaatselijke punkicoon die tegenwoordig toeristen rondleidt. ,,Als je naar het uitgaanscentrum Cathedral Quarter ging, moest je langs hekken en afzettingen met politie en militairen. ’s Avonds moesten de kids zich een weg terugvechten naar huis.”
Zelf ontkwam hij ternauwernood aan een moordaanslag. ,,Drie mannen trokken me uit een taxi en ik zou zeker zijn neergeschoten als omstanders niet tussenbeide waren gekomen.” En waarom? Hij weigerde partij te kiezen in het conflict en speelde met zijn punkband The Undertones in katholieke en protestantse wijken. ,,Katholiek of protestant? Fuck off, we zijn allemaal mensen!”
Elke centimeter in het centrum ademt muziekgeschiedenis, weet Hooley. Zo is er het minuscule podium achterin de pub The Duke of York, waar in 1993 de band Snow Patrol zijn eerste optreden verzorgde, voor een publiek van dertig man. ,,Die krijgen nog elk jaar een kerstkaart van zanger/gitarist Gary Lightbody.”
Muziek is de levensadem van Belfast. Het Nashville van het Noorden heeft niet voor niets een stedenband met die Amerikaanse countryhoofdstad. In elke pub, in elk café speelt ’s avonds wel een bandje of kruipen muzikanten bij elkaar om te musiceren. De stad is trots op zijn muzikale helden, zoals de gitaristen Rory Gallagher en Gary Moore, en eert ze met levensgrote muurschilderingen.
De enige echte Mister Belfast – Van ‘The Man’ Morrison, de knorrige bard, geboren en getogen in de arbeiderswijk Oost-Belfast – is alom tegenwoordig. Onder de rook van de scheepswerf Harland and Wolff, waar zijn vader als elektricien werkte, liggen de roots van het album Astral Weeks, waarmee hij in 1968 internationaal doorbrak en Belfast muzikaal op de wereldkaart zette.
Lynn Corken herinnert zich de opwinding die het album teweegbracht bij haar en haar medestudenten uit Belfast, die toentertijd in Londen studeerden. ,,We waren zó trots dat Van uit onze stad kwam!” Later kreeg het album een bijzondere lading, omdat het, zoals Corken het verwoordt, ‘symbool stond voor de laatste zomer van de onschuld’. Een jaar later begon het geweld in Belfast.
Nu leidt Corken, die opgroeide in dezelfde buurt als Morrison, toeristen langs plaatsen die een rol spelen in zijn songs. Zoals zijn ouderlijk huis in Hyndfordstreet 125, waar een koperen bordje herinnert aan de beroemde bewoner. Of Cyprus Avenue, waarover Morrison ook een nummer schreef. Het is de enige straat met bomen en vrijstaande huizen in de verder nogal armetierige buurt.
Enkele straten achter Morrisons ouderlijk huis ligt The Hollow, waarover hij zingt in zijn wereldhit Brown Eyed Girl. Het blijkt een lullig parkje onder hoogspanningsmasten. De ‘waterval’ uit het nummer (‘Slipping and a-sliding, all along the waterfall’) is een stroomversnellinkje in een onooglijk beekje.
Oost-Belfast is een wijk boordevol verhalen met een rijke geschiedenis, een onuitputtelijke inspiratiebron voor een dichter als Morrison. In de Tweede Wereldoorlog werd een groot deel van de wijk door Duitse bommenwerpers in de as gelegd; ze mikten op de scheepswerven, maar troffen de woningen. Lynn Corkens familie haalde er de pers mee. ,,Tijdens het bombardement is mijn oma onder de keukentafel bevallen van haar zevende kind, mijn tante Ann McMeilly, nu 76. De kranten noemden tante The Blitz Baby from Belfast.”
De veelal politiek getinte muurschilderingen (murals) in het westen van Belfast roepen gemengde gevoelens op, omdat ze zo indringend herinneren aan de gewelddadige geschiedenis. Ze zijn aangebracht op de metershoge muren die het Britse leger heeft neergezet om de protestantse wijk Shankhill en de katholieke buurt The Falls te scheiden. Die muren kregen de dubieuze naam peacewalls, vredesmuren, en staan er nog net zo.

Muurschilderingen in Belfast – Foto Shutterstock
Het heeft iets lugubers, die muren met hun indringende schilderingen. Zeker aan het begin van de avond, als het donker valt en de straten leeglopen. Hoe plezierig Belfast verder ook aanvoelt, hier is de grimmigheid opeens tastbaar. Het helpt niet dat de hekken in de peacewall bij Lanark Way om 7 uur dichtgaan, zoals de verbindingsweg tussen katholieken en protestanten ook al tientallen jaren elke avond wordt afgesloten. Het broeit dus nog wel degelijk onder de oppervlakte van de stad. Het onaantrekkelijke, maar grappige en slimme meisje met de mooie ogen blijkt opeens een duistere kant te hebben.
Dit artikel werd geschreven door Johan Nebbeling.