Terug in de tijd op Juist
Een stevige zuidwester en het is volle maan. Hoog water dus. Een onstuimig weekend op het Duitse Waddeneiland Juist.
Een stevige zuidwester en het is volle maan. Hoog water dus. Een onstuimig weekend op het Duitse Waddeneiland Juist.
De veerboot laten we achter ons, we lopen in de richting van de vuurtoren die staat als een baken aan de poort van het eiland Juist. Wat een rust, het valt direct op. Juist is autovrij. Helemaal autovrij, dus niet zoals Schiermonnikoog of Vlieland waar volop bussen, taxi’s, boeren en vrachtvervoerders rijden. Op Juist beschikken slechts de hulpdiensten – huisarts, ambulance, brandweer – over voertuigen. Paardenkrachten van vlees en bloed verzorgen hier het vervoer.
Reizigers gaan per paard en wagen van de boot naar hun overnachtingsplek, of gebruiken het vooroorlogse vervoersmiddel voor een ommetje over het eiland. Ook winkels en horeca worden op antieke wijze bevoorraad. Verder zien we eilanders en vakantiegangers wandelen en fietsen. Het geeft een bijzonder ouderwets sfeertje.
Soms passeert er trippel trappel trippel trap een paard en wagen, het geluid verstomt al snel in de harde wind. Bewoners kijken er niet vreemd van op, gasten wel.

Het Duitse Waddeneiland Juist – Foto: Shutterstock
,,Vaak hoor je kinderen verbaasd zeggen dat er weer een paard en wagen aankomt. Dat zijn ze niet gewend op het vasteland”, vertelt Bernd Grützmacher. Hij doet vrijwilligerswerk op de vuurtoren en neemt ons graag mee naar boven. De lamp heeft geen functie meer voor de scheepvaart, maar wordt nog wel door hem ontstoken. Zoals zovelen van de ruim 1700 inwoners heeft ook Grützmacher een dubbelfunctie. Hij runt een kaaswinkel en verhuurt vakantiewoningen.
Het ronde trapje leidt ons naar de grote lamp. De vuurtoren stond lang geleden aan de westkant van Juist, maar raakte in verval door een stormvloed. Uiteindelijk is hij afgebroken, de lamp werd op het vasteland gereviseerd. Bij de haven vond de gemeenschap een plek voor de herbouw. En oei… daarbij werd gekozen voor een ronde toren in plaats van een vierkante, wat de oorspronkelijk vorm was. ,,Ze vonden bij herbouw een ronde toren gewoon mooier”, verklaart de vuurtorenwachter.
Ik kom nog weleens in Bremen, maar verlang telkens snel naar Juist
Grützmacher is helemaal in zijn element op Juist. Als zeeman voer hij over alle waterplassen van de wereld, maar keerde terug naar zijn geboortegrond. ,,Waarom? Op het vasteland is het zó druk. Ik kom nog weleens in steden als Bremen, maar verlang telkens snel naar Juist. Het eiland verveelt niet. Het is niet saai. Ik ben net zoals het eiland. Genügsam, sober.” De vuurtoren is gratis te bezoeken, een schaaltje voor een vrijwillige bijdrage staat uitnodigend klaar.
Even uitkijken met het oversteken van de straat – er kan nog een fietser of paard aankomen – waarna de Waddenzee zich toont in bijzondere gedaante. Door de volle maan van vannacht en een zuidwesterstorm staat het water extreem hoog. Zo hoog, dat enkele paarden ervoor kiezen om vanaf hun eilandje dwars door het water naar hogere grond te verhuizen.
Het is duidelijk, dat hebben ze vaker gedaan. Zonder problemen staan ze even later droog langs de weg die wij volgen. We passeren het plaatsje Loog en ook de Hammersee ligt op de route.

Hammersee, een meer op Juist – Foto: Shutterstock
De harde wind blaast recht in ons gezicht. Als dat maar goed gaat… in de 17de eeuw werd het eiland door een zware storm in tweeën gesplitst. Zo’n 250 jaar later werd er een stuifdijk aangelegd. Daardoor werd Juist weer één eiland en is deze Hammersee ontstaan. Natuur waar vogelspotters hun vingers bij aflikken. De westpunt van Juist werd al in 1899 tot natuurgebied verklaard.
Twee oogjes kijken ons lief aan. Het is een jonge zeehond die op het strand ligt. Hij maakt zich niet druk om ons. Soms kijkt hij ons aan, maar zijn ogen zakken steeds dicht.
Op een bordje langs het pad werden we zojuist al gewaarschuwd. In deze tijd van het jaar kunnen jonge zeehonden hier op het strand liggen. Met rust laten, en flink afstand houden wordt geadviseerd. Dus dat doen we. De telelens van de camera haalt het dier dichterbij.

Zeehonden op het strand van Juist, Duitsland – Foto: Shutterstock
Het is een leuk moment tijdens de wandeling die nu langs het strand voert. Via hoge duinen – voor Nederlandse begrippen – met een prachtig uitzicht zijn we op het strand beland. Vanaf hoogte kun je goed zien hoe apart de vorm van dit eiland is. Aan beide zijden zie je de zee. Slechts 500 meter breed is het eiland. De 17 kilometer lengte verschaft Juist daarentegen de titel ‘langste Duitse Waddeneiland’.
De zee is woest. Het fijne zand in de wind geselt. We kijken om ons heen en genieten van het kalmerende effect van wind en zee.
De naam Juist is een verbastering van het oud-Friese woord güst dat onvruchtbaar en droog betekent. Een andere naam die voor Juist wordt gebruikt is Töwerland en die past beter bij dit mooie eiland.
Töwer is een oud woord dat schoon of zuiver betekent. Zeelui gaven die naam aan het eiland, dat als een lange witte heuvel voor hen een baken was. Het meest opvallende gebouw van het dorp Juist – doorgaans Dorf genoemd – is het Kurhaus. In de 19de eeuw ontdekten welgestelden de heilzame werking van zeelucht. Met een treintje werden ze vanaf de boot naar het grote hotel aan het strand gebracht.

Het Kurhaus op Juist – Foto: Shutterstock
Nu nog straalt het gebouw de weelde van weleer uit. Zeker wanneer we naderen, waarbij de vele gekleurde strandstoelen duidelijk in beeld komen. Met een beetje fantasie zie je hier de elite zitten terwijl ze door de butler van het hotel met een heilzaam drankje in de watten wordt gelegd.
Tijd om te worden verwend in een van de talrijke restaurants van Juist. Morgen verkennen we de andere kant van het eiland en vliegen we een rondje. Ook de oostpunt is natuurgebied, waar nog dwergsterns leven. Daarna terug naar het vasteland, compleet met drukte en hectiek. Elke dag een autoloze zondag, het bevalt ons hier goed. We worden genügsam, dat is duidelijk.
Riemen vast, we gaan met de Inselflieger. We stijgen op vanaf het vliegveld van Juist, in het oostelijke deel van het eiland. In een kwartier gaan we alles zien. De bebouwde kom van Juist ligt onder ons en ook het dorpje Loog is in beeld. Daarna wordt het een voor ons nieuw stukje Waddenzee. Het natuureiland Memmert zien we aan de zuidwestkant van Juist. We maken een flinke bocht, zodat we goed naar beneden kunnen kijken. De piloot weet wat hij doet, want even later verschijnt een zandplaat met pakweg vijftig rustende zeehonden. Na een vlucht boven het strand en het Kurhaus ligt de landingsbaan alweer voor ons. Zie ook: www.inselflieger.de
Door: Max de Krijger