Vlieland: het allermooiste waddeneiland?
Fietsen op een eiland: waar begin je? Het strand lokt, maar ook het dorp is leuk. En wat te denken van de duinen? Wij probeerden het voor u uit.
Fietsen op een eiland: waar begin je? Het strand lokt, maar ook het dorp is leuk. En wat te denken van de duinen? Wij probeerden het voor u uit.
Een fietsroute op een eiland, Vlieland in dit geval, is eigenlijk compleet overbodig. De gebruiksaanwijzing is te simpel: ga fietsen waar je wilt en wanneer je er flauw van bent volg je de paddenstoelenpijl naar het dorp. Want daar is het café met goudgeel bier, daar zijn de anderen, daar zijn de winkels.
Maar als u toch gesteld bent op wat richting in het leven dan geven we die graag. We stellen voor te beginnen bij het bezoekerscentrum. Voor wat algemene informatie en omdat we toch ergens moeten beginnen.
We zijn op Vlieland, het mooiste Waddeneiland. Vind ik. En vinden ’s zomers in het hoogseizoen zo’n vierduizend bezoekers. Het is nu hoogseizoen.
In het dorp plaatsen winkeliers hun waren op de stoep. Er worden extra terrasstoelen bijgeplaatst, het belooft een mooie dag te worden. De traagste toeristen zijn nog aan het ontbijten, de snelsten zijn al toe aan rust en koffie met appelgebak. Na een fikse wandeling of fietstocht. Of zomaar, omdat het vakantie is.
Straks lost de veerboot zijn lading, dan krioelt het in het dorp van de mensen, al dan niet op de fiets, al dan niet met hond. En veelal met kleine kinderen. Die vinden allemaal in de uren na aankomst hun weg, zomerhuis, hotel of tent.
We verlaten de nu al gezellige dorpsdrukte, op weg naar andere reuring: die in de jachthaven. Schepen in alle soorten en maten, een mikado van masten priemt de blauwe lucht in. Botenbezitters hebben vouwfietsen. Aan de hoeveelheid daarvan valt af te lezen dat in de haven nogal wat mensen verblijven. Ze soppen hun boten of slurpen koffie.
Aan het eind van de haven staat boven op de dijk opeens erg veel publiek. De veerboot passeert. Familieleden en bekenden worden joelend begroet, ze juichen terug alsof ze elkaar in jaren niet hebben gezien. Waarschijnlijk zaten ze een week daarvoor nog samen aan tafel; een eiland schept nu eenmaal snel afstand.
We fietsen verder, de rust in. Even dan, want na een kort bostripje doemt daar de grootste van de twee campings op die Vlieland rijk is: Stortemelk. Er zijn nauwelijks auto’s op Vlieland, een tent van het robuuste merk De Waard kun je er huren, met alles erop en eraan. Dus staan op het enorme kampeerterrein de grote tenten alle met de neus dezelfde kant op: van de wind af.
Wanneer we het katoenen dorp achter ons laten wordt het pas echt rustig. Een paar paarden met ruiters, wat fietsers, enkele wandelaars; hoe verder we naar het westen fietsen, hoe minder mensen en dieren we zien.
Het lange duinpad kent veel hellingen – ook vanwege de harde wind is het af en toe echt harken – maar tevens fijne zijwegen. We zijn dol op zijpaden. Even de duinenrij over, een blik op de zee en het brede strand, een moment zitten in het goudgele zand van de duinen: genieten van de mensen die aan het blowkarten zijn – vooral als ze zo tergend langzaam omkieperen – en de hard werkende vliegeraars. Kleine mantelmeeuwen gillen om ons heen, een jonkie piept naar zijn moeder.
Heel snel gaat het allemaal niet, de snelheidsmeter geeft een gemiddelde van 12 kilometer per uur aan, maar who cares? Achterstevoren op je fiets om een wakkelende bruine kiekendief te bekijken kun je sowieso niet sneller. Zo zien we de velden gele bloemen tenminste goed. En kunnen wind en zon hun helende werking op onze geest uitoefenen.
Het terras van het Posthuys is een mooi keerpunt voor de fietsroute, al kun je nog verder. Bijvoorbeeld naar het vogelring-station Vinkenbaan. Wij laten ons terugblazen door de wind. Uiteraard gaan we bij vogelkijkhut Dodemansbol nog even rechtsaf. Die biedt een prachtig uitzicht over het wad en alles wat dat te bieden heeft aan planten en dieren.
Genoeglijk kletsend fietsen we voor de wind terug naar het dorp dat al snel in het vizier komt. Rechts zien we lepelaars vliegen, links kleurt de rode vuurtoren prachtig tegen de blauwe lucht. Dichter bij het dorp betekent meer toeristen. Bakfietsen met heel kleine kinderen, fietsen waarbij iets grotere exemplaren voorop mee kunnen fietsen en stoere jochies en meiden die zelf fietsen.
Zoals een jongen met witte haren in een shirtje met daarop I ♥ Vlie. We snappen hem. Helemaal.
Dit artikel werd geschreven door Gerda Douma.