De vele gezichten van de Veluwe
De Gelderse Veluwe wordt vaak geassocieerd met bos en wild. Maar de groene landstreek in het midden van Nederland heeft meer gezichten. Maak kennis met een van de meest veelzijdige natuurgebieden van ons land.
De Gelderse Veluwe wordt vaak geassocieerd met bos en wild. Maar de groene landstreek in het midden van Nederland heeft meer gezichten. Maak kennis met een van de meest veelzijdige natuurgebieden van ons land.
Al meer dan tienduizend jaar zijn er bossen op de Veluwe. In de Middeleeuwen werden grote delen in het gebied gekapt, waardoor van de oerbossen vrijwel niets meer over is. Veel bomen op de Veluwe zijn later aangeplant, maar niet minder mooi. Ieder woud heeft zijn eigen charme. Het Speulderbos en Sprielderbos zijn de oudste bossen van Nederland. In de eerste vind je grillig in elkaar gegroeide ‘dansende’ bomen.

Dansende bomen op de Veluwe – Foto Shutterstock
Net als in Afrika kent het natuurgebied de Big Five: het edelhert, het wild zwijn, de ree, de das en de vos komen er in het wild voor. Er lopen ook moeflons, damherten, wilde paarden en wisenten.
Door de ontbossing van vroeger kwamen grote delen van de Veluwe bloot te liggen. Dat verklaart de zandverstuivingen die je op diverse plekken tussen de bossen tegenkomt. Onder meer bij Planken Wambuis, het Kootwijkerzand (met het imposante gebouw van Radio Kootwijk) en midden in Nationaal Park De Veluwe.
Zo fiets je door het bos of over de heide, zo beland je in een landschap van zand en duinen. Juist de afwisseling maakt de Veluwe zo bijzonder. De zandverstuivingen zijn net miniwoestijnen en kennen een bijzonder microklimaat: ’s zomers overdag kan het zomaar 50 graden worden, terwijl het ’s nachts behoorlijk afkoelt.

Het Kootwijkerzand op de Veluwe – Foto Shutterstock
Overal op de Veluwe kom je heidevelden tegen: bij Elspeet in het noordelijke deel, op de Posbank bij Rheden in het zuiden en op de Asselse heide bij Hoog Soeren in het hart van het gebied. Ze vormen vaak de overgang van het ene naar het andere bos of van bos naar zand.
Het hele jaar door – maar vooral aan het einde van de zomer – is het een bijzondere ervaring om over de heide te lopen of fietsen: dan bloeit het, is alles paarsgekleurd en ruikt het er heerlijk. Met een beetje geluk loop je een herder met schaapskudde tegen het lijf.
Stuwwallen vormen het heuvelachtige landschap, ontstaan tijdens een ijstijd in het Pleistoceen meer dan honderdduizend jaar geleden. In dit landschap stromen zo’n honderdvijftig beken die het afwateringssysteem van de stuwwallen vormen. Ze doorkruisen het hele natuurgebied.

De Veluwe kent flinke stuwwallen – Foto Shutterstock
In en langs de beken zijn bijzondere flora en fauna te vinden. Als je langzaam wandelt of fietst, zie je misschien een bijzondere salamander of de felblauwe schittering van de vliegensvlugge ijsvogel.
De Veluwe herbergt een bijzonder museum: het Kröller-Müller museum. Je moet er wel voor door de poorten van het Nationaal Park (entree van het park plus museum kost 18,60 euro), maar dan staat er een gratis witte fiets voor klaar waarmee je naar het Kröller-Müller peddelt. Het museum heeft naast een bijzondere kunstcollectie binnen een imposante beeldentuin.
Als je na het museumbezoek doorfietst, kom je langs het statige Jachthuis Sint Hubertus, het standbeeld van generaal Christiaan de Wet en alle landschappen van de Veluwe: bossen, beken, heidevelden en stuifzandlandschappen.

Jachthuis Sint Hubertus op de Veluwe – Foto Shutterstock