Het verre oosten van Singapore
Singapore is zo futuristisch, verwesterd en toeristisch dat het meer op Disneyland lijkt dan op Azië. In het oosten van de ministaat liggen wijken die minder platgetreden zijn.
Singapore is zo futuristisch, verwesterd en toeristisch dat het meer op Disneyland lijkt dan op Azië. In het oosten van de ministaat liggen wijken die minder platgetreden zijn.
Leong Woon Gwee slentert door de lorongs, de zijstraatjes van Geylang Road in Singapore, terwijl hij vertelt over wat het daglicht niet kan verdragen. ,,Zie je die koket uitgedoste dames op die straathoek? Dat zijn geen vrouwen, maar jongens.”
Gwee is stadsgids namens het nabijgelegen Betel Box Hostel, hij kent Geylang als zijn broekzak. Zo’n tweehonderd bordelen telt de wijk, met elk pakweg een dozijn prostituees, plus massagesalons, sekswinkels, karaokebars en hotels-metuurtarief. In een steegje worden blauwe potentiepillen verhandeld, om de hoek staat een groepje mannen te gokken. ,,Alle zonden zijn hier verkrijgbaar”, zegt Gwee. ,,This is our paradise of vice.’’
Een paradijs van zedeloosheid, in het meest welvarende deel van Zuidoost-Azië: Singapore. De eilandstaat die wordt gerund als een efficiënt bedrijf, die van rand tot rand is volgebouwd met luxehotels, winkelcentra en wolkenkrabbers. Met een stadspark vol kolossale kunstbomen en een Chinatown waar de antieke huizen tot in de puntjes zijn gerestaureerd. De straat is zo schoon dat je ervan kunt eten.
De hele stad is één groot pretpark, dat 16 miljoen toeristen per jaar trekt – driemaal het bevolkingsaantal. Maar neem de metro oostwaarts en je ontwaart een ander Singapore, waar je je waant in het Verre Oosten van weleer: mysterieus en smoezelig.
Are you here for food or flesh? is in Geylang een veelgehoorde vraag. De wijk is roemrucht als rosse buurt, maar ook als culinair mekka. Bordelen zijn te vinden in de lorongs met even nummers, eettentjes in de oneven zijstraatjes. Ziehier het tweeledige thema van de Sins & Salvation Tour die Leong Woon Gwee wekelijks leidt. Eerst de zonden bezien en dan volgt de verlossing: in de vormvan riante porties eten. Van niet te versmaden specialiteiten als saté, chilikrab en kokosnasi tot rariteiten als vissenkopcurry, bottenthee en kikkerbillenpap.
De titel van de tour is toepasselijk om nog een reden: Geylang is óók de wijk met de hoogste concentratie aan kerken, moskeeën, schrijnen en tempels.
Zoals Geylang nu is, zomoet Chinatown pakweg een halve eeuw geleden ook zijn geweest, met traditionele eethuizen, winkels en werkplaatsen. Chinatown, in het centrum van de stad, is inmiddels keurig opgeknapt en de toeristische hotspot van Singapore. Die kant gaat het nu ook op met de naast Geylang gelegen wijk Katong. Er verrees een groot winkelcentrum, ernaast opende een Amerikaanse keten twee hotels en er worden appartementencomplexen en een nieuw metrostation gebouwd.

Traditionele Chinese winkelpui in het Geylang district in Singapore – Foto Shutterstock
Bijna wekelijks opent een nieuw tentje met een vintage interieur: ga naar Avenue Café voor een designer- hotdog, Ninethirty voor een chocolademartini of Sinpopo Brand voor burgers en slush puppy’s. An Açai Affair is eenminimalistisch pijpenlaatje, waar niets anders wordt verkocht dan plastic bekers met açaisap, gojibessen, chiazaad en andere superfoods. De hemel voor hipsters. Globalisatie is een gegeven en er is niets mis met hippe tenten, maar een bijwerking van de komst van kapitaalkrachtige jongeren is wel dat de huren omhoog zijn geschoten, waardoor het ene na het andere familiebedrijf de deuren sluit.
Het zijn de overgebleven traditionele zaken die Katong zijn oosterse flair geven. Bij Kway Guan Huat worden op een gloeiendhete plaat flinterdunne deegvellen gebakken voor popiah, de lokale versie van de loempia, gevuldmet groenten, vis, garnalen of van alles en nog wat.
Chin Mee Chin is hét adres voor een typisch Singaporees ontbijtje van zwarte kopi, een getoast bolletje met kaya (kokosjam) en zachtgekookte zachtgekookte eieren. Kim Choo is gespecialiseerd in kueh chang, piramidevormige rijstdumplings in bananenbladeren, volgens stokoud geheim familierecept.
Het meest fascinerend is Chiang Pow Joss-Paper Trading. Josspaper is dodengeld, het zijn nepbankbiljetten die tijdens een Chinees begrafenisritueel worden verbrand om de overledene te eren. Van dat papier worden in de werkplaats aan Joo Chiat Road poppen, fietsen, auto’s, huizen en zelfs kastelen gebouwd.
Deze ‘papierbouwers’ zijn kunstenaars: de grootste constructies vergen dagen werk en kosten wel 5000 dollar, die vervolgens in vlammen opgaan, maar dat is dus het idee. Madam Chiang leerde het vak in Maleisië, om in Singapore voor zichzelf te beginnen. ,,Het is een uitstervend ambacht. Jongeren hechten steeds minder waarde aan tradities. Ik geef ons nog een paar jaar, dan is het klaar.”
Nog wat verder oostwaarts ligt Changi, onder de aanvliegroute van het gelijknamige vliegveld. Een vakantiedorp aan de Zuid-Chinese Zee, maar wel een atypisch vakantiedorp. Ooit gesticht als vissersgehucht, door de Britten verbouwd tot luchtmachtbasis, en nu bezet door de landmacht, luchtmacht en marine van de Republiek Singapore.
De rit erheen is een tikkeltje intimiderend. Loyang Avenue slingert aanvankelijk door de jungle, maar dan ineens tussen metershoge hekken met rollen prikkeldraad, wachttorens met posterende soldaten, machinegeweren in de aanslag, en borden die waarschuwen dat indringers worden neergeschoten.
Toch komen ook Singaporese burgers hier graag slenteren langs strand en waterkant. Het badplaatsje is overzichtelijk: één hoofdstraat met restaurants, één groot hotel, één lang strand, één veerbootpier en één kuststrook met een golfbaan en een trits besloten clubs voor ambtenaren, militairen, zeezeilers en zwemmers. De bevolking van Singapore beschouwt Changi als een vergeten uithoek. Dat is precies de verlokking: er valt niets meer te doen dan niks doen. Zon, zee, strand, korte broeken en koud bier: dit is het meest ontspannen stukje Singapore.
Iets buiten de stad kan het nóg meer ontspannend. Op tien minuten per veerboot van Changi ligt Pulau Ubin, een relatief ongerept boemerangvormig natuureiland. Een halve eeuw geleden woonden er 2500 mensen, die werkten in de steengroeven; hiervandaan kwamen de bouwblokken voor de moderne stad. Nu wonen er nog 38 mensen, zonder elektriciteitsnet, waterleiding of riolering.

Pulau Ubin, Singapore – Foto Shutterstock
Het gemotoriseerde verkeer beperkt zich tot de Landrover van de eilandpolitie, een taxibusje en een paar brommertjes. De geijkte manier omhet eiland te verkennen is per huurfiets, ook al is het landschap van Pulau Ubin niet bepaald vlak. Op de hoogste heuveltop kijkt een jongen richting zijn thuisland Bangladesh. Hij kan het net niet zien liggen. Aan het einde van een onverhard pad, bij een lotusvijver waarboven kleurige gebedsvlaggetjes wapperen, staat de 80 jaar oude tempel Wei Tuo Fa Gong. Wenkkrabben, rankpootkreeften en pistoolgarnalen komen bovendrijven zodra de zee zich terugtrekt.
Chek Jawa, de oostkaap van Ubin, wordt omringd door een mangrovemoeras, koraalrif en zoutwaterlagune die bij zeer laag water droogvallen, zodat de wondere onderwaterwereld zichtbaar wordt. Dit is de toeristische trekpleister van het eiland. Wel plannen: gemiddeld tweemaal per maand openbaart het natuurverschijnsel zich.
Ook op andere momenten is Chek Jawa een fraai natuurgebied. Een 20 meter hoge toren kijkt uit op het bladerdek, waarin met geduld en geluk witbuikzeearenden, bonte neushoornvogels en witkraagijsvogels te zien zijn.
KLM en Singapore Airlines vliegen dagelijks rechtstreeks van Amsterdam naar Singapore. Een retourticket kost circa 600 euro all-in. De in het artikel beschreven Sins & Salvation Tour vindt plaats op vrijdagavond. De tour duurt 4 uren. Prijs: 40 euro (inclusief eten) en is te boeken bij Betel Box Tours, dat ook een tour door Katong aanbiedt.
De duistere geschiedenis van het zorgeloze vakantiedorp Changi wordt naast het vliegveld uit de doeken gedaan in het Changi Museum, met beroemde muurschilderingen en een replica van een door krijgsgevangenen gebouwde kapel. Een kamponghuis op het eiland Pulau Ubin is gerestaureerd en heringericht in jarenzeventigstijl. Het vertelt het (fictieve) verhaal van een van de (destijds) 2500 eilandbewoners.
Dit artikel werd geschreven door Sander Groen.