Ga naar boven

Aruba: eiland met een ‘rumoerige’ keuken

Aruba is One Happy Island. De mooiste stranden van de Caraiben, veel bezoekers en lekker eten en drinken. Maar de eetcultuur verandert.

Stevig eten op Aruba

Het is druk bij de kiosk aan de Wilheminastraat in Oranjestad. Op hoge stoeltjes onder de luifel schuiven Arubanen aan voor het ontbijt. Eentje dat de kracht van een full English breakfast bijna doet verbleken. Hier eten de lekkerbekken het liefst pastechi: forse gefrituurde deeglappen gevuld met gehakt, kip, vis, groente, kaas en ander spul. Lekker, maar wel stevige kost zo op de vroege ochtend, zelfs als je er een verfrissend glas sap bij drinkt. De meeste bezoekers zijn ook zelf aan de stevige kant.

,,Obesitas en diabetes zijn hier tamelijk grote problemen”, zegt Werner Drent. ,,Dat heeft te maken met de eigen eetcultuur, maar ook door invloeden van buitenaf, van landen als de VS en in Latijns-Amerika.” Amerikanen, die zo’n 70 procent van het toerisme op Aruba voor hun rekening nemen, hebben met hun liefde voor fastfood ervoor gezorgd dat op sommige straathoeken McDonalds, Wendy’s, Domino’s en KFC tegenover elkaar staan. ,,Arubanen nemen dat gemakkelijk, misschien te gemakkelijk over.”

Aruba’s eetcultuur

Werner Drent kijkt met een professionele blik naar de eetcultuur van het Caraïbische eiland. Tot enkele maanden geleden was hij chef van een instellingskeuken in Hoogezand-Sappemeer, nu is hij ‘hoofd voeding’ van het nieuwe ziekenhuis van Aruba. De patiënten moeten natuurlijk goed eten.

,,Maar het is niet altijd eenvoudig om de juiste ingrediënten te krijgen. Zo’n 90 procent van het voedsel wordt hier geïmporteerd, omdat er eenvoudigweg te weinig  is om al die toeristen te voorzien. Venezuela is helemaal weggevallen als leverancier door de politieke problemen daar, dus doe ik het nu met import uit Panama, Colombia, de VS en natuurlijk Nederland.’’

Lokale producten van Aruba

,,Ik zou graag wat meer lokale producten hebben, maar daaraan moet je werken. Watermeloen heb je hier niet, maar het is er wel een prima klimaat voor. Er zijn voortrekkers zoals Goshen Sustainable Development, dat okra verbouwt, of Ari Lichtenstein, die in zijn kassen de mooiste groenten kweekt.” Lichtenstein werkt met hydrocultuur, waarvoor hij gebruikmaakt van uit zeewater gedistilleerd leidingwater. Maar voorlopig zijn de meeste Arubanen nog niet helemaal om, als het gaat om lokale ingrediënten.

Het is ook een kwestie van cultuur, meent Drent. ,,Arubanen zijn tamelijk gemakkelijk in het opnemen van andere eetcultuur. Neem bijvoorbeeld vis: het gros ervan wordt geïmporteerd uit de VS of zelfs Nederland. Zie je plotseling Noorse heilbot op de kaart staan in een restaurant. Terwijl de lokale mahi mahi (goudmakreel) of zwarte tonijn maar een bijrolletje speelt.”

Eetgewoonten bijsturen

De Arubaanse overheid probeert bij te sturen. Proefstation Santa Rosa probeert de lokale Arubaanse agrariërs te helpen. Bijvoorbeeld door het stimuleren van de teelt van  vruchten als tamarinde en de lychee-achtige quenepa (ook wel knippa), die bestand zijn tegen het klimaat en minder water nodig hebben.

Daarnaast treedt Santa Rosa op als belangenbehartiger van de lokale boeren en vissers. Het proefstation houdt  elke eerste zondag van de maand een boerenmarkt, waar de lokale producenten hun waar kunnen aanbieden en bezoekers van smakelijkste hapjes uit de Arubaanse keuken kunnen proeven. Keri keri bijvoorbeeld, een kruimige ‘verkruimelde’ vis, of cabrito stoba (gestoofd geitenvlees) en pika (hete saus).

Typische stoofpotjes

Een ander initiatief van de Arubaanse overheid is Eat Local, waarbij een keur aan restaurants gedurende een maand lokale ingrediënten en gerechten op de kaart zetten tegen een zeer aantrekkelijke prijs. De deelnemende restaurants variëren van eenvoudig tot zeer chic, en van toeristentrekker tot lokaal restaurant. Je kunt er vis – vaak wel erg ver gegaard – eten met salsa criolla, een dip van tomaat, paprika, ui en kruiden. Vaak geserveerd met stukken funchi (een soort polenta) en bakbanaan.

Daarnaast heb je de typische stoofpotjes en maaltijdsoepen die wellicht voortkomen uit de Nederlandse en Spaanse traditie uit de koloniale tijd. De carni di baca stoba bijvoorbeeld (gestoofd rundvlees), of het iets zoetere cabrito stabo (geitenstoof) en galina stoba (kip), geserveerd met witte rijst en bonen (arroz moro). Voor de echte liefhebbers is er de calco stoba, de stoofschotel met conch, een soort zeeslakken.

‘Echt een dingetje’

Werner Drent kan het wel waarderen, al die maaltijdsoepen en stoofpotten. ,,Dat is hier echt een dingetje. Toen ik hier kwam serveerden ze in het ziekenhuis al langere tijd erwtensoep.” En dat is  op zijn beurt Drents dingetje. In zijn Groningse periode was hij  enkele malen wereldkampioen snertkoken en stamppotkoken. Hij had er zijn hobby van gemaakt, schreef ook een veelgebruikt stamppotkookboek.

,,Ik ben nu bezig met een heel nieuwe stamppotbijbel, die volgend jaar verschijnt.” Daarin krijgen ook Arubaanse stamppotten een plek. Bijvoorbeeld met zoete aardappel en kaneel. ,,En die stamppot kan heel goed in een pastechi”, wrijft hij zich verlekkerd in de handen.

Screaming Eagle

Drent is niet de enige culinaire Nederlander die we op het eiland tegenkomen. Wouter Koeneman uit Groningen bijvoorbeeld, de jonge vertegenwoordiger van een wijnimportbedrijf die ons een avond meeneemt in een partybus langs toprestaurants.

Of Erwin Hüsken van restaurant Screaming Eagle, vorig jaar uitgeroepen tot beste Caraïbisch restaurant. Zijn French fusion cuisine richt zich vooral op het hogere segment toeristen,  dat het noordelijk deel van het eiland bevolkt alwaar luxe hotels en casino’s zijn gegroepeerd rond de mooiste stranden van de Caraïben.

Experimenteren met eten

Hüsken: ,,Ik kan hier naar hartenlust experimenteren met ingrediënten en gerechten, de Amerikaanse gasten kunnen dat waarderen. Arubanen moeten nog leren om bijvoorbeeld rauwe vis te eten.” Of die Arubanen de portemonnee trekken voor de beste wijnen is de vraag. De duurste wijn is de Screaming Eagle, een Amerikaanse icoonwijn die voor duizenden dollars per fles op de kaart staat.

Wat eenvoudiger toeven is het in Charlie’s Bar in San Nicholas op de zuidpunt van het eiland. De kampioenssjaal van Feyenoord hangt pontificaal tussen de myriade aan versierselen aan het plafond. Charlie Brouns de Derde is er trots op dat zijn grootvader hier ooit vanuit Rotterdam naartoe kwam.

Onmisbare stop op Aruba

Charlie’s Bar is  toeristenfuik en onmisbare stop ineen. Hier hang je aan de bar, drink je een biertje, eet je een snack en luister je naar de verhalen van vaste gasten en passanten. Leden van ons koninklijk huis deden dat, popsterren deden het, wij doen het. Met een glas Balashi, het lokale bier, of een lekkere mojito.

Eten kun je er ook. Niets spectaculairs, maar met een surf ’n turf, een hamburger of dagverse vis en gestoomde garnalen kun je best een bodempje leggen voor een relaxed verblijf op Baby Beach. We zitten hier tenslotte op One Happy Island.

Dit artikel werd geschreven door Jacques Hermus.

 

Geplaatst op: 20 oktober 2017
Geplaatst door: Karlijn ter Horst
Deze pagina delen:
Deze pagina delen: