Met blote voeten door de modder op Ameland
Strand, duinen, bos, keien, slik… waar anders dan op een eiland vind je zoveel biotopen zo vlak bij elkaar, dat je met gemak een wandelroute kunt uitstippelen waarbij je al die diversiteit tegenkomt?
Strand, duinen, bos, keien, slik… waar anders dan op een eiland vind je zoveel biotopen zo vlak bij elkaar, dat je met gemak een wandelroute kunt uitstippelen waarbij je al die diversiteit tegenkomt?
Op Ameland is dit alles nu nóg dichter bij elkaar gebracht. Over 2 kilometer lengte stap je van de ene in de andere omgeving. Op je blote voeten.
Blotevoetenpaden zijn populair; er komen de laatste jaren steeds meer bij in Nederland. In het Noorden waren bijvoorbeeld ’t Blôde Fuottenpaad in Opende en het Blotevoetenpad Drents-Friese Wold in Appelscha al bekende trekpleisters. In 2015 kwam daar het Blotevoetenpad Natuurcentrum Ameland bij.
,,Wij zijn nu voor het derde seizoen open’’, vertelt Aleida Edes. Als expositiemedewerker bij het Natuurcentrum was zij nauw betrokken bij de ontwikkeling van het pad. ,,Aanleiding was de nieuwe inrichting van de Landschapszaal zo’n drie jaar geleden. Alle biotopen op het eiland komen in die expositieruimte aan bod. We willen graag verbinding leggen tussen binnen en buiten, en bezoekers enthousiast maken voor wandelingen in de natuur. Er zijn daarom routes uitgezet die door middel van kleuren corresponderen met wat je aan verschillende biotopen in de Landschapszaal van het Natuurcentrum kunt zien.’’
Zo ontstond het idee om de buitenruimte rond het centrum, waar nog niets mee gedaan werd, te gebruiken om een route uit zetten waarin al deze landschapselementen in het klein terugkomen. Een blotevoetenpad. Het pad is te betreden vanuit het Natuurcentrum. Dat kan apart, voor een euro, of in combinatie met een bezoek aan het centrum. Een kaartje kost dan 7 euro voor volwassenen en 5 euro voor kinderen tot en met twaalf jaar.
Door de zijuitgang verlaten we het pand, nadat we de schoenen en sokken binnen in een schoenenkastje hebben achtergelaten. Buiten moeten de voetzolen meteen even wennen aan de ruwe ondergrond. ,,Auw,’’ zegt de negenjarige Lara de Graaf, met wie we het pad uitproberen, ,,die stenen doen best een beetje zeer.’’ We lopen het eerste stukje over een keienpaadje en dan door een mini-duinlandschap, met jonge, witte kalkduinen en grijze, oudere duinen met heide en mossen, richting een stukje strand.
Dan kunnen we kiezen: wie een nat pak vreest, kan veilig rond de vijver lopen. Maar veel leuker is natuurlijk óver het water te gaan. Wij nemen het oversteekpad, gemaakt van palen. Naast elke dikke stappaal staat gelukkig een lange, smalle paal die houvast biedt. Toch vind Lara het wel spannend. Het riet schuurt langs onze benen. ,,Ik ben bang dat ik ga vallen’’, giechelt ze. En aan de overkant: ,,Ik voel me een beetje alsof ik iemand ben die in de jungle loopt.’’
Er volgt een stukje polderland, waar we leren over het ontstaan van typische weidevogels. Bordjes langs de routes geven steeds informatie over de biotoop waarin we ons bevinden. Na de polder komen we weer bij het water uit, waar we op de vissteiger onze voeten even lekker in het water laten bungelen. We steken daarna nog twee keer de vijver over. Eerst via een houten loopbrug, aan de overkant lopen we daarna door een donker tunneltje, voor we via een oversteekplaats van basaltstenen weer terugkeren.
En dan is het afgelopen met de schone voetjes; we gaan de slikbak door. De dikke modderige substantie, waar we lekker ver in wegzakken, is voor veel bezoekers het hoogtepunt van de wandeling. Aleida Edes: ,,Die slikbak was er in het begin nog niet. Tijdens het eerste seizoen merkten we dat het pad nog wat te ‘tam’ was. Er moest wat meer te beleven zijn. Daarom hebben we deze bak toegevoegd, met groot succes. Afgelopen winter hebben we weer wat verder uitgebreid: toen is de bijenhoek erbij gekomen. Ook daar is weer even net wat meer te zien en te doen voor kinderen.’’
Voordat we die bijenhoek bereiken, lopen we via een bospad en een bomenlabyrint, over een stammenbruggetje en houtsnippers. Het doolhof is favoriet plekje voor kinderen, weet Edes. Lara bevestigt dat meteen. Na het bospad komen we nog een eenvoudige wipkip, of nee, wipbij tegen. Ook altijd goed voor een poosje vertier. Dan lopen we door naar het onderkomen van de bijen. In het huisje staat een imker (geen levende) naast een bijenkast met (wel levende) bijen. Edes: ,,Een keer per week komt een echte imker ze verzorgen. Die vertelt dan ook meteen wat aan de bezoekers. Het is bijvoorbeeld leuk om te weten dat Ameland een raszuivere bijenpopulatie kent, omdat de beestjes niet over het water vliegen.’’
Zo valt er meer te leren op het blotevoetenpad. Zo komen er soms klassen van de lokale scholen. ,,Voor het vak heemkunde gaan ze dan bijvoorbeeld bodemdiertjes vangen om die te bestuderen.’’ In de toekomst wil het Natuurcentrum nog een vragenlijst ontwikkelen, zodat ook individuele bezoekers het pad kunnen lopen terwijl ze ondertussen kennis opdoen over de biotopen die ze bewandelen.
Aan het eind van de route, als we een insectenhotel gepasseerd zijn en nog een stukje duinlandschap achter ons gelaten hebben, komen we bij de voetenwasplaats. Hoognodig, want de modder zit tot boven onze knieën. Hier kunnen we onze ‘slikschoenen’weer afspoelen en de benen wassen, voor we weer naar binnen gaan.
We volgen het advies van Edes en combineren onze wandeling met een tochtje door het Natuurcentrum. Afsluiten doen we in de hoogte, op de uitkijktoren die zicht biedt over een land en zee. Daar zien we al die biotopen nog eens aan ons voorbijkomen. Maar nu weer in het groot.
Dit artikel werd geschreven door Anniek Boswijk.