Ga naar boven

De ruige Skeleton Coast van Namibië

Schepen slaan er te pletter in vreselijke stormen, vliegtuigen verdwalen in de mist, mensen houden het er niet uit. Maar de ruige Skeleton Coast van Namibië is ook een van de allermooiste plekken op aarde.

 

Onze jeep rijdt over een smalle zandbank in de Atlantische Oceaan. Golven beuken op de kust en chauffeur Hini Meinert probeert de auto met beide handen aan het stuur op koers te houden. Rechts en links woelt het water, voor en achter stuift het zand en door de kieren van de deuren giert de wind. Ergens in de verte moet Pelican Point liggen, een oude vuurtoren. Daar wacht adventure guide François du Toit me op, die me morgenochtend zal meenemen voor een kajaktocht naar een zeeleeuwenkolonie. Hopelijk is het water dan kalmer.

Pelican Point vuurtoren, Namibië - Foto: Shutterstock

Pelican Point vuurtoren, Namibië – Foto: Shutterstock

Als de vuurtoren eindelijk aan de horizon verschijnt, passeren we resten karkassen van een aangespoelde walvis en enkele zeeleeuwen. De Skeleton Coast – niet alleen zo genoemd vanwege de karkassen van dieren, maar ook omdat er veel scheepswrakken liggen – begint officieel iets verderop, maar de natuur trekt zich daar niets van aan. Zandbanken zoals deze vormen het schrikbeeld voor schippers. Ze zijn onzichtbaar in de mist, lopen onder water door en veranderen dankzij de stroom voortdurend van vorm en plaats. Vroeger was dit een scheepskerkhof, tegenwoordig is het risico met dank aan moderne navigatieapparatuur aanzienlijk verminderd.

Na een nacht in de vuurtoren is de wind mild en de zee kalm. Met soepele slagen peddelt François in prachtig ochtendlicht richting de kolonie zeeleeuwen. Met duizenden liggen ze op de zandbank, met honderden in het water. Als ik er met een boog omheen wil varen, gebaart François dat ik gewoon rechtdoor moet: ,,Je stoort hen niet, ze vinden het juist leuk dat je er bent.”

Zeeleeuwen in de buurt van Walvisbaai, aan de Skeleton Coast van Namibië - Foto: Shutterstock

Zeeleeuwen in de buurt van Walvisbaai, aan de Skeleton Coast van Namibië – Foto: Shutterstock

Een paar minuten later zwemmen, duiken, spartelen en springen ze om me heen. Af en toe met de kop nieuwsgierig uit het water. Vanaf alle kanten gaan ze langs en onder de kajak door. Ik houd mijn adem in en besef:dit is een onvergetelijk moment. Terug aan wal stappen we in de jeep om richting het noorden te gaan. Over de zandbank, door het stadje Walvisbaai tot aan de grote duinen achter de nederzetting Swakopmund. Zand zover het oog reikt.

Local Tommy

Collard begon hier twintig jaar geleden met een missie: toeristen laten zien dat dit allesbehalve een dode zandbak is. ,,Mensen komen naar Namibië voor het grote wild“, vertelt Tommy, terwijl zijn 4×4 zich een weg baant door de woestenij. ,,Maar hier in de duinen leven de mooiste kleine dieren.” De jeep ploegt door het diepe zand, klimt, daalt en trakteert op prachtige uitzichten over het duinlandschap.

Bam! Tommy trapt plotseling hard op de rem en springt uit de auto. Gehurkt op de grond graaft hij een gat en haalt een woestijngekko tevoorschijn. Een koddig, bijna doorzichtig diertje dat met zijn pastelkleuren en grote bolle ogen zo uit een tekenfilm lijkt te komen. Nadat we hem hebben bewonderd, zet Tommy hem voorzichtig terug onder het zand.

Dierentuin

De duinen zijn één grote dierentuin: gekko’s, hagedissen, spinnen, kameleons, slangen, schorpioenen, kevers. Allemaal met een eigen strategie om te overleven in het zand dat op zomerse dagen tot 75 graden Celsius heet kan worden. ,,Kijk”, zegt Tommy, ,,deze pofadder graaft zich in en blijft alleen met zijn ogen en het zwarte puntje van de staart boven. Een hagedis denkt dat hij een zaadje ziet, gaat erop af en wordt zelf opgegeten. Door het vocht van zijn prooi kan zo’n slang heel oud worden zonder één druppel water te drinken.”

Voorbij Swakopmund – namen en gebouwen herinneren aan de tijd dat Namibië een Duitse kolonie was – wordt de kust ruiger. Duinen maken plaats voor rotsen, stenen en dorre struiken. We zien het karkas van de Zeila, een vissersboot die hier in 2008 aan de grond liep tijdens een hevige storm. Het spookschip ligt in de branding. Zwarte vogels hebben er hun nesten gebouwd, ijzeren deuren piepen in de wind, spanten kraken als de golven over het dek slaan.

Swakopmund, Namibië - Foto: Shutterstock

Swakopmund, Namibië – Foto: Shutterstock

De kust van Namibië ligt bezaaid met wrakken. Zoals de Dunedin Star, die hier in 1942 aan de grond liep. Een deel van de passagiers werd door een ander schip gered, een deel wist aan land te komen, maar zat daar gevangen tussen de oceaan en de Namibwoestijn. Bij reddingspogingen stortten twee vliegtuigen neer en zonk een tweede schip, de ss Sir Charles Elliot. Het duurde twee maanden tot alle passagiers veilig thuis waren.

Vanuit de auto hebben we uitzicht op bergen, verlaten mijnen, een enkele nederzetting en de droge mondingen van de rivieren Ugab en Huab. Hier leven dieren die een manier hebben gevonden om in deze barre omstandigheden te overleven, zoals gemsbokken, giraffen, springbokken, jakhalzen en zelfs leeuwen en olifanten.

We rijden op een weg die eindeloos lijkt en passeren ter hoogte van de Ugab-rivier de toegangspoort van het Skeleton Coast National Park. Dit park loopt door tot aan de grens met Angola en is 500 kilometer lang en 40 kilometer breed. Na bijna drie uur rijden buigt de weg af. Hier eindigt het toegankelijke deel van het park. De rest is alleen bereikbaar voor geluksvogels zoals ik.

Beschermd

Het verboden gebied is zo groot als Nederland, maar in plaats van 17 miljoen mensen, woont er slechts een handvol onderzoekers en komen er maximaal twaalf bezoekers per dag. Hiermee is het noorden van de Skeleton Coast een van de best beschermde stukken natuur ter wereld. Al in 1971 werd besloten dat de streek zo onaangetast mogelijk moest blijven.

Skeleton Coast National Park - Foto: Shutterstock

Skeleton Coast National Park – Foto: Shutterstock

Het is een barre wereld met mistbanken en zandstormen. De koude oceaanlucht botst er frontaal op de droge hitte van de woestijn, wat voor een uniek ecosysteem zorgt. Het is een toevluchtsoord voor woestijnleeuwen, die nergens anders ter wereld voorkomen. Maar ook dieren als olifanten en giraffen hebben zich door de eeuwen heen aan de omstandigheden aangepast. Bovendien is de lucht er zo schoon en zuiver dat er honderden soorten mos groeien.

Vliegtuigje

De enige manier om er als bezoeker te komen is met een vliegtuigje vanuit het Hoanib Skeleton Coast Camp. Als de weersomstandigheden het toelaten, vliegt een kleine Cessna gasten vanuit dit kamp naar een eenzame airstrip in het park. Door het raam zie ik het lege land onder me door gaan, tot zelfs de laatste stuiptrekkingen van leven plaatsmaken voor enkel nog zand.

Bij de landing staat een jeep klaar die me meeneemt door oneindig duinenland dat woest, wild en krankzinnig leeg is. Ze bestaan dus nog, plekken waar de mens is overgeleverd aan de genade van de natuur. Het is een surrealistisch landschap. De zee, de lucht, de duinen, de rivierbedding, alles is buitenproportioneel groot.

Lopend over een hoge duintop, waar de wind voor verkoeling zorgt, hoor ik in de verte de golven grommen en bij elke stap zucht het hete zand, een fenomeen dat ik niet eerder heb beleefd. Aan het einde van de dag zie ik hoe de ondergaande zon de woestenij roze kleurt.

Ik haal mijn logboek uit mijn tas en noteer dat Skeleton Coast een plaats krijgt in de top tien van mijn favoriete bestemmingen.

Door: Hans Avontuur

Geplaatst op: 18 februari 2019
Geplaatst door: Sanne Dijkstra
Deze pagina delen:

Meer zoals dit:

Deze pagina delen:

Meer zoals dit: