Ga naar boven

Andere koek in Deventer

Het is in 2018 dubbel feest in Deventer. Er worden al 600 jaar lang Deventer koeken gebakken in de Hanzestad die 1250 jaar bestaat. Tijd voor een ommetje door de stad met bourgondische trekjes.

Deventer had vroeger Klopmannetjes en Pietermannetjes. Wat zijn dat? Ik ben benieuwd wat de oude koekstad en Hanzestad te bieden heeft. Stadsgids Sophie van Nimwegen neemt me denkbeeldig aan de arm. We starten onze wandeling bij de VVV aan de Brink. Deze is gevestigd in het voorportaal van een schuilkerk. Een rijke notabele bouwde hier in de zeventiende eeuw stiekem het godshuis. Een soort achterkamertjespolitiek dus. Het huidige kerkgebouw is negentiendeeeuws, maar een vreemdeling herkent het aan de buitenkant nog steeds niet als kerk waar doopsgezinden nu hun geloof belijden.

We gaan. Midden op de Brink staat het zestiende-eeuwse pand De Waag. Vroeger werden hier de goederen voor de jaarmarkten gewogen, nu biedt het onderkomen aan het gelijknamigemuseum. Het 600-jarig jubileum van de Deventer koek neemt tot 3 juni een prominente plek in op de verschillende verdiepingen. Er zijn onder andere oude foto’s, logo’s, uithangborden van bakkerijen en ingrediënten te zien. Conservator Petra van Boheemen neemt ons mee.

Hoe kan het toch, dat deze koek al zolang op de markt is? Van Boheemen: ,,Deventer had een koekbakkersgilde, die streng toezag op de kwaliteit van de koeken. Alleen na een gedegen opleiding en inschrijving in het koekbakkersgilde mocht een bakker het geheime recept weten.’’

Onovertroffen

Een melange van honing, oranjeschillen en kruiden maken ook nu de koek onovertroffen en herkenbaar voor de lekkerbek. Er waren rond het jaar 1637 niet minder dan 25 vakmannen die dit koekje van eigen deeg bakten. Aan het einde van de zeventiende eeuw werden er vanuit de koekstad 700.000 koeken per jaar verscheept.

,,In de achttiende eeuw werd er erg veel Deventer koek van Klopman en Pieterman naar Friesland uitgevoerd. Deze stonden bekend als ‘Klopmannetjes’ of ‘Pietermannetjes’, naar de naam van de bakkers”, vertelt Van Boheemen tijdens de rondleiding. Marketing en pr, dat was de bakkers duidelijk niet vreemd. Ze maakten zich bekend in Groningen en verder, tot in Scandinavië en zelfs Nederlands Indië.

‘Dagelijks Verzending naar alle Deelen der Wereld’, meldt de verpakking in oud-Nederlands. Koning Willem I kwam naar Deventer voor een koek, voordat hij naar Duitsland afreisde en ook Lodewijk Napoleon heeft hier koek gehapt. Het Deventer stukje culinair haalde prijzen op wereldtentoonstellingen in de afgelopen eeuwen.

In Leeuwarden kreeg de koek een erediploma. De Groninger koek was er ook, maar dat was natuurlijk andere koek. Nepspul van rare koekenbakkers. Namaak was een doodzonde en werd bestraft. De verpakking toont deze waarschuwing: ‘Voor namaak wordt gewaarschuwd’. ,,En zo werd de echtheid van de Deventer koek gewaarborgd”, vertelt Van Boheemen stellig voordat we weer buiten op De Waag staan.

De recepten van de verschillende koekgerechten zijn niet geheim. Ze zijn af te halen bij museum De Waag en de VVV.

Nu het woord koek vaak is genoemd, wordt het tijd voor een smaakbeleving. Vlakbij de start van zojuist is de Deventer Koekwinkel. In een leuk authentiek winkeltje boordevol koek van bakker Bussink. Het is de enige bakker die nog Deventer koek bakt, niet hier in de winkel maar in de fabriek even buiten de stad.

Feestje

Ze vieren in de winkel hun eigen feestje. Precies 425 jaar geleden startte Bussink met zijn bakkerij. Dat de Deventer koek een 600-jarig jubileum viert, is bepaald op basis van een archiefstuk uit 1534. Daarop wordt aangegeven dat er al sinds 1417 Deventer koek wordt gebakken. Wat maakt het uit? De koek van Bussink is heerlijk, zeker de jubileumkoek. Want daarin zijn blauwe bessen verwerkt. Je kunt echt alle kanten op met deze koek met geheim recept.

De winkeldeur valt dicht achter ons. De Brink steken we over. Het is echt een groot plein. Vanaf de veertiende eeuw waren hier de jaarmarkten met onder andere haring uit Denemarken, zout uit Frankrijk, wijn uit Duitsland en rogge uit Litouwen. Deventer was groter dan Amsterdam in die tijd. Het is jarenlang een booming business geweest en dat is te zien aan het Bergkwartier waar we nu lopen.

Grote statige huizen overheersen het straatbeeld. De Bergkerk is een van oorsprong Romaanse kruisbasiliek en staat op het hoogste punt van de rivierduin. We gaan weer naar beneden en onze ogen dwalen mee langs de vele en vooral mooie gevels die ieder een tijdsbeeld weergeven. Het middeleeuwse stratenplan is nog intact. Iedere hoek is een uitdaging. Deventer is nu vooral een stad met veel verrassingen. Her en der zijn galerieën die uitnodigen om even binnen te lopen. Galerie Kiek-Kus van Margriet Pronk en Ronald Rugenbrink bijvoorbeeld. Het pand is 600 jaar oud en was een smederij. De molensteen in de vloer werd gebruikt om wagenwielen te bespannen.

Verder naar beneden. De Brink is het laagste punt. We steken over en komen weer in een ander stukje Deventer. Het stikt er van de bijzondere winkeltjes. Mevrouw Noot, Sjokolaa, Hemelse Hebbedingen en Deventer Borstelwinkel. Leuk sfeertje, alsof je ergens in Zuid-Frankrijk bent beland. Er is ook een oud hofje. Vroeger wasten de vrouwen hier de vuile was van de notabelen die een eindje verderop in kasten van huizen woonden.

Heilig

Zo’n 100 meter verderop staat de Grote- of Lebuïnuskerk mooi te wezen, op het Grote Kerkhof. Hier begon Deventer. Van Nimwegen heeft haar verhaal hier al vaak verteld aan de toeristen in de stad. In het jaar 768 kwam hier de Angelsaksischemissionaris Lebuïnus aan. Met bekeerlingen bouwde hij een kerk op de plek waar nu de Lebuïnuskerk staat. In 1040 kreeg deze grote vormen. Demissionaris werd heilig verklaard en Deventer werd een bisschoppelijke stad.

De deuren van de kerk stonden alleen open voor de bisschop en zijn naasten. De arme sloebers mochten kerken in een kerk naast deze Grote Kerk, waarvan nu alleen de zijmuren nog te zien zijn. We lopen terug naar de VVV. We passeren de dure buurt, waar de vuile was nooit buiten hing. Van Nimwegen wijst naar de gevel van het huis van de stadsdokter. ‘Vertrouw op God en vergeet niet uw medicijnen’, staat in het Latijn op de voorgevel geschreven. Deze Latijnse tekst was onleesbaar voor het gewone volk. Het was dan ook niet bestemd voor hen. Alleen de rijken werden medisch door de arts onderzocht. Dat is natuurlijk ook andere koek in Deventer.

Deze wandeling in Deventer laat slechts een klein stukje zien van de stad vol historie en mooie plekken. Een rondleiding door de gids is dan ook op maat gesneden, de gast kan zelf aangeven welke kant men op wil. Deventer staat ook bekend om het grote aanbod van bijzondere en culturele evenementen, zoals Deventer op Stelten, de Deventer Boekenmarkt en het Dickens Festijn.

Dit artikel werd geschreven door Max de Krijger.

Geplaatst op: 23 februari 2018
Geplaatst door: Sanne Dijkstra
Deze pagina delen:
Deze pagina delen: