Ga naar boven

Vliegtaks voor milieumaatregelen

Het nieuwe kabinet wil in 2021 weer een vliegtaks invoeren, deels om de schatkist met 200 miljoen euro te spekken, deels om daarmee het vliegverkeer terug te dringen om de milieudoelstellingen van ‘Parijs’ te halen.

Invoering hangt af van het succes van Europese milieumaatregelen. Ook wil het nieuwe kabinet Rutte III eerst proberen om oudere vliegtuigen, die veel meer vervuilen en lawaai maken dan de nieuwste generatie toestellen, extra te belasten als ze op Nederlandse vliegvelden landen.

Helpt het?

Nederland kende tussen half 2008 en half 2009 ook een tickettaks. Die werd een jaar na de invoering weer ingetrokken omdat de maatregel 20 procent minder opleverde dan de 350 miljoen die werd verwacht. Ook de voorspelde milieu-effecten deden zich nauwelijks voor.

Toen de tickettaks bij kabinets­onderhandelingen in 2012 weer eventjes als potentiële maatregel opdook in kabinetsplannen, wist de luchtvaartsector die plannen snel te ontkrachten.

Rutte III wil nu de vliegbelasting alsnog invoeren, maar alleen als andere maatregelen niet voldoende opleveren voor schatkist en milieu. Tickets voor vluchten binnen de EU worden dan 7 euro duurder, naar de rest van Europa, het Midden Oosten en Noord-Afrika 22 euro en intercontinentale vluchten 40 euro.

De belasting geldt alleen voor passagiers die in Nederland opstappen. Overstapreizigers en vrachtvluchten worden uitgezonderd. Dat speelt vooral KLM in de kaart, dat op Schiphol vooral transferreizigers verwerkt, en treft maatschappijen als Transavia en Easyjet.

Vliegtaks van 200 miljoen

Het nieuwe kabinet rekent uiteindelijk op 200 miljoen euro per jaar uit tickettaks, een bedrag dat over vier jaar al is ingeboekt in de belastingopbrengsten.

Maar tickettaks kost de Nederlandse economie veel meer dan het de schatkist oplevert, berekende het aan de UvA gelieerde onderzoeksinstituut SEO vijf jaar geleden al.

Uitwijken naar het buitenland

Zo zou een tickettaks als in 2008 – een opstapbelasting van 11,25 euro voor een Europese vlucht en 45 euro voor verder weg – de Nederlandse economie jaarlijks ten minste 700 miljoen euro kosten, een half miljard meer dan de gehoopte opbrengst voor de schatkist. Er verdwijnen dan zeker 12.500 luchtvaartbanen.

Dat komt doordat een aanzienlijk deel van de Nederlanders naar het buitenland zal uitwijken. Acht jaar geleden ontweken een miljoen Nederlanders de taks met een vlucht vanuit het buitenland. Toen profiteerden vooral Düsseldorf, Brussel en Charleroi van de Nederlandse belastingmaatregel.

Die kans is weer levensgroot: België kent geen vliegtaks en Duitsland overweegt de zijne af te schaffen om de wankele luchtvaartsector te helpen.

“Uit elke ervaring met vliegtaks in binnen- en buitenland blijkt dat zo’n maatregel alleen maar geld kost,” zegt voorzitter Frank Oostdam van vakantiebranchevereniging ANVR.

Prijsbewust

“Een groot deel van de vakantiegangers is zeer prijsbewust en zal kiezen voor een vakantievlucht vanuit het buitenland. De winstmarges op vliegvakanties zijn zo laag dat reisorganisaties dat niet zelf op zich nemen.”

“Leren we dan nooit van onze fouten,” zegt secretaris Frank Allard van luchtvaartbrancheclub Barin. “De Nederlandse luchtvaartsector levert aan 375.000 mensen werk en is een van de pijlers onder de economie.”

De luchtvaartbranche vraagt zich ook af hoe het plan zich verhoudt tot het voornemen dat PvdA-staatssecretaris Sharon Dijksma vorige maand opperde om desnoods een vliegtaks in te voeren om chartermaatschappijen te dwingen van Schiphol naar Lelystad te verhuizen. Allard: “Hoe wil je dat doen als er al een taks in het leven is geroepen?”

Dit artikel werd geschreven door Herman Stil.

Doorn in het oog

Het is de autoriteiten een doorn in het oog dat rokers ook aan de kust massaal hun peuken weggooien. Zo vond een natuurorganisatie in een dag tijd bijna 140.000 sigaretresten op een stuk strand van 2,5 kilometer bij het toeristische Phuket.

Het hoofd van de overheidsdienst die gaat over de kustlijn, de DMCR, verwacht niet dat toeristen wegblijven door de strenge maatregelen. ,,Mensen gaan naar het strand om te ontspannen. Ze zijn gelukkiger als ze niet worden gestoord door rokers”, concludeerde DMCR-chef Jatuporn Burutphat.

Roker krijgt boete van 2500 euro

Wie de fout ingaat, kan een boete krijgen van maximaal 100.000 baht (ruim 2500 euro) of tot een jaar achter de tralies verdwijnen. Rokers kunnen volgens Jatuporn overigens nog steeds terecht op speciale rokersplaatsen. ,,Maar er duiken geen beelden meer op van mensen die roken terwijl ze over het strand lopen”, beloofde hij.

Dit artikel is afkomstig van het ANP.

Tests met een drone

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu staat toe dat op afstand bestuurbare toestellen worden toegelaten in het luchtvaartruim van Eelde. Daardoor kan de bestaande test- en trainingslocatie voor drones verder worden ontwikkeld.

Het vliegen met drones wordt gecombineerd met het reguliere vliegverkeer. Drones worden ingezet bij medische hulpverlening, goederentransport, beveiliging, inspectie van landbouwgewassen en defensie.

Medische pakketjes naar de wadden met een drone

Voor de DroneHub GAE, een samenwerking van bedrijven, kennisinstellingen en overheden in het gebouw van de Rijksluchtvaartdienst, is de mogelijkheid te mogen vliegen op ‘Eelde’ een doorbraak.

Vanuit de regionale luchthaven zouden windmolens op zee kunnen worden geinspecteerd of is het mogelijk medische pakketjes naar de wadden te vervoeren. Specialistisch werk waarvoor professionele dronepiloten een opleiding kunnen krijgen in Eelde.

Een video van DroneHub GAE om te laten zien wat de mogelijkheden zijn met drones.

Begin volgend jaar eerste dronevluchten

De regionale luchthaven verwacht aan het einde van het eerste kwartaal in 2018 de eerste dronevluchten. DroneHub GAE werkt nauw samen met Luchtverkeersleiding Nederland.

,,Een van de eerste stappen die we gaan nemen, is het zichtbaar maken van een drone op de radar’’, zegt Onno de Jong, havenmeester van GAE. ,,Stap voor stap onderzoeken we hoe je het huidige luchtvaartverkeer veilig kan combineren met de onbemande vaartuigen.’’

‘Geen hinder burgerluchtvaart’

Volgens De Jong zal de burgerluchtvaart geen hinder ondervinden van de drones, omdat het vliegen eerst gescheiden plaats heeft. ,,De veiligheid in het gecontroleerde luchtruim staat altijd voorop.’’

Ondernemersorganisatie VNO NCW Noord heeft hoge verwachtingen van DroneHub GAE. De technologie zou veel kansen en werkgelegenheid kunnen opleveren voor de regio.

Primeur

De regionale luchthaven troeft met deze primeur vooralsnog andere vliegvelden af. Met name Twente zit al geruime tijd te wachten op toestemming en wil Space53, een samenwerkingsverband van kennisinstellingen en bedrijven op het gebied van onbemande vaartuigen, uitbouwen.

Over de milieueffecten op testlocaties van drones is nog niet veel bekend. De eerste indruk van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is dat de huidige en zeer beperkte inzet van drones nauwelijks geluidsoverlast en milieuschade met zich meebrengt.

Effecten op milieu

Het ministerie wil een database opzetten die bij een toename van dronevluchten inzicht geeft in de huidige effecten op het milieu.

Dit artikel werd geschreven door Johan de Veer en Arnoud Bodde.

Consumentenbond onderzoekt toeristenpas

Tot die conclusie komt de Consumentenbond na onderzoek. De organisatie nam in totaal 38 keer een toeristenpas van een stad onder de loep. Vaak blijkt het voordeliger om losse entreebewijzen voor musea en attracties en een aparte kaart voor het openbaar vervoer aan te schaffen.

Vaak bijbetalen

Zo moeten mensen soms, ondanks de toeristenkaart, bijbetalen voor musea of juist voor openbaar vervoer. In Barcelona krijg je bij een van de kaarten bijvoorbeeld slechts één euro korting op bezienswaardigheden van Barcelona’s bekendste architect Gaudí. Ook betaal je met zo’n kaart voor veel musea, maar is het onmogelijk die allemaal in korte tijd te bezoeken.

Hoe pak jij het aan als je op vakantie gaat naar een toeristische plek? Kies je voor een toeristenpas of toch juist niet? Reis&Co hoort graag je ervaringen!

Dat is volgens het bedrijf nodig om de punctualiteit van de dienstregeling te verbeteren. Het schrappen van de vluchten begon vrijdag 15 september 2017. Ryanair communiceerde echter niet vooraf over de acties.

Lees ook: Hoe verdient Ryanair aan tickets van een tientje?

Waarom cancelt Ryanair vluchten?

Het aantal vluchten dat op tijd op bestemming aankwam is in augustus 2017 tot onder de 80 procent gedaald, zegt de vliegmaatschappij. De airline zegt last te hebben van slecht weer, stakingen bij luchtverkeersleiders en personeel dat voor het eind van het 2017 een berg achterstallige vakantiedagen moet opmaken. Daardoor ontstaat soms onderbemanning. Vandaar dat een groot aantal vluchten uit de dienstregeling wordt gehaald.

Boze reacties

Door de annuleringen worden de plannen van in totaal ongeveer 285.000 reizigers in de war gebracht. Op sociale media regent het boze reacties van getroffen reizigers. Klanten krijgen namelijk pas kort voor hun vlucht een e-mail. Klanten die een stoel hebben geboekt op een geannuleerde vlucht, kunnen deze weliswaar kosteloos omboeken of hun geld terugvragen. Niettemin laat een groot deel van de reizigers zich niet positief uit over de budgetmaatschappij.

Schrapt Ryanair vluchten van en naar Nederland?

Of er vluchten van en naar Nederland zijn geannuleerd is niet bekend. Belgische media melden dat er vrijdag 15 september op luchthaven Charleroi vier vluchten zijn geschrapt.

Liften gebeurt nog steeds

Liften? Of lifters? Dat is toch een ‘uitgestorven ras’, reageert automobilist René Meijer op parkeerplaats Hazeldonk-West op de vraag of hij wel eens lifters tegenkomt. Meijer rijdt voor zijn werk regelmatig naar België en maakt dan een tussenstop op Hazeldonk, waar her en der vakantiegangers een broodje zitten te eten tijdens hun eerste stop richting zuiden. Lifters zijn inderdaad in geen velden of wegen te bekennen.

Maar schijn bedriegt. Er wordt nog steeds gelift. In Nederland, maar ook daarbuiten. Alleen nauwelijks meer met duim omhoog en een kartonnen bord met plaatsnaam erop in de hand.

Liften met de duim omhoog?

Een beetje lifter boekt z’n rit via internet. Hij zet een oproep op sites als Blablacar.com, backseatsurfing.nl of kijkt op de Facebookgroep Lift gevraagd><lift aangeboden. Voor weinig of geen geld en – beter nog – zonder urenlang met de duim omhoog te hoeven staan. Al dan niet in de stromende regen.

Robert de Regt uit Breda rijdt regelmatig via Maastricht naar België en biedt lifters dan een rit aan via een van de sites op internet. ,,Ik vind het zonde om alleen voor mezelf die benzine te verstoken. En ik vind het gezellig, een beetje aanspraak. Maar ik krijg weinig respons, want de meesten willen naar Antwerpen, Brussel of Parijs, of naar de Randstad. De laatste keer dat ik een lifter meenam was een jaar geleden. Die heb ik afgezet in Roermond.”

Lift scoren

Bijkomend probleem is dat hij een oude Renault 4 heeft die ooit van Staatsbosbeheer was. Een auto met een grijs kenteken, waarmee hij maar één passagier kan meenemen en ‘meestal zijn ze met z’n tweeën’. Hoewel zijn auto wel tot de verbeelding spreekt. ,,Ik zette een keer een rit naar Lelystad op Facebook. Geen reacties, behalve van iemand die schreef: ik zou graag meerijden, als is het alleen maar om in die auto te zitten, haha.”

Voor Lars König (26) uit Tilburg heeft een lift scoren via internet echter niets te maken met liften. ,,Dat is meer carpoolen.” De geboren en getogen Bredanaar trekt op dit moment liftend door de Balkan op weg naar Kosovo. Met zo’n 60.000 liftkilometers in bijna veertig landen in Europa en Azië heeft hij recht van spreken. ,,Ik heb een keer een lift geregeld via BlaBlaCar”, vertelt hij via een haperende internetverbinding vanuit het Albanese plaatsje Skhodër. ,,Maar dat is toch anders. Daar is geld het achterliggende idee. Bij liften niet.” En juist dat ideële is voor hem de kern van liften. ,,Ik denk dat het de samenleving veiliger maakt. De kern van een succesvolle samenleving is vertrouwen. Als lifter laat ik zien dat ik de bestuurder te vertrouwen vind.”

Liftwedstrijden

Écht gelift wordt er volgens hem in Nederland alleen nog tijdens door studentenverenigingen georganiseerde liftwedstrijden.

De studenten OV-kaart en de afschaffing van de dienstplicht hebben korte metten gemaakt met groepen lifters op strategische plaatsen langs de weg. ,,Nederland is nu, samen met Italië, een van de vreselijkste liftlanden ter wereld”, vertelt König. ,,Hier lijkt het wel of mensen ervan uitgaan dat je slechte bedoelingen hebt. Duitsland is het liftland bij uitstek, daar wordt heel veel gelift, net als in Polen. Hoe verder je naar het oosten gaat, hoe makkelijker het wordt. Hier in de Balkan sta je niet langer dan vijf minuten langs de weg. In het Midden-Oosten heb ik vaak meegemaakt dat ik eten en een slaapplek kreeg aangeboden. Zelfs een keer geld. Ik denk dat het ermee te maken heeft dat het in armere landen belangrijker is om sociale contacten te onderhouden om te overleven.”

Geen toeristenpraatje

König liftte voor de eerste keer toen hij op z’n achttiende aan een liftwedstrijd meedeed. Hij had meteen de smaak te pakken. ,,Je hoort het échte verhaal, niet het standaard toeristenpraatje. Vervelende ervaringen heb ik eigenlijk niet. Ooit één keer. In Iran. In al die duizenden keren dat ik heb gelift. En dat was dan ook nog mijn eigen fout, ik was naïef. Een bestuurder bood me iets te roken aan. Volgens hem waren het geen drugs. Maar achteraf bleek het crystal meth. Ik heb me twee dagen ellendig gevoeld.”

De beste manier om een lift te krijgen? ,,Spreek iemand aan, dan neem je angst sneller weg. Ik zet ook altijd een grote glimlach op. En ik heb een beetje een ideale-schoonzoon-uiterlijk. Dat scheelt ook.”

Ouderwetse lifters

Toch zijn er in Nederland nog wel ‘ouderwetse’ lifters te vinden. Fantaye de Haan runt samen met haar collega Omaira Campino het Delifresh restaurant op Hazeldonk-West. Zij krijgen zo eens in de week wel een lifter over de vloer. Maar niet om te eten. ,,Ze vragen om karton”, lacht Fantaye. ,,Om een plaatsnaam op te schrijven.”

,,Meestal zijn ze met z’n tweeën en meestal zijn het jongens, maar zo nu en dan is het een stelletje”, zegt collega Campino die zegt het laatste jaar vaker lifters te zien. ,,Ik werk hier nu drie jaar en heb ze altijd wel gezien, maar het laatste jaar zie ik ze vaker, vooral in de vakanties. Meestal lopen ze bij de Shell rond en bij McDonald’s om aan mensen te vragen of ze mee mogen rijden.”

Lekker alleen in de auto

Aan René Meijer kunnen ze het beter niet vragen, want hoewel hij vroeger regelmatig zelf liftte, neemt hij nu nooit lifters mee. ,,Ik zit nogal eens te bellen in mijn auto. Dan is het niet zo handig als er iemand bij zit. Bovendien vind ik het wel prettig om in m’n eentje in mijn auto te zitten. Lekker rustig. Als ik iemand mee zou nemen voel ik me toch verplicht om een sociaal praatje te maken.”

Vrachtwagenchauffeurs zijn er evenmin happig op om lifters mee te nemen. Bij chauffeur Suat Guren maken ze in ieder geval geen schijn van kans. Hij klimt uit zijn cabine, terwijl hij druk met zijn telefoon in de weer is. ,,Ik neem ze niet mee, mag niet van mijn opdrachtgevers. Dat hoor ik ook van mijn collega-chauffeurs, die nemen ook geen lifters mee.”

Lift veilig

Klopt, zegt een woordvoerder van brancheclub Transport en Logistiek Nederland. ,,Wij adviseren leden om zo veilig mogelijk te vervoeren en geen lifters mee te nemen. Je kunt aan de buitenkant van een lifter niet zien of hij snode plannen heeft. Dat heeft niets te maken met illegalen of aanslagen, want dat advies geven we al jaren.”

Dit artikel werd geschreven door Ine Cup

Insmeren tegen roodglanzende bifiworsten

Zucht. Steun. Worstel. Plak. Zand. Het gelukzalige gevoel dat we krijgen als zonnestralen ons raken, gaat altijd gepaard met het opdoemende onheil dat insmeren heet. Toch zullen we eraan moeten geloven, als we tenminste willen voorkomen dat onze melkflessen veranderen in roodglanzende Bifiworsten na een dagje strand – met alle gevolgen van dien.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) rapporteerde onlangs dat het aantal mensen met huidkanker de komende twintig jaar zal verdubbelen of – in het ergste geval – zelfs vervijfvoudigen. Terwijl het aantal huidkankerpatiënten sinds 1990 al eens is verviervoudigd, meer dan alle andere soorten kanker.

Koppigheid tegen insmeren

Cijfers die er niet om liegen, dus waarom die koppigheid als het aankomt op zonnebescherming? Los van overmoedigheid en onderschatting komt het nalaten van smeren ook vaak door luiheid. Insmeren is een gedoetje. Geen app die dit euvel voor de gemakzuchtige mens oplost.

Dan is er ook nog de schroom. Weinig zonaanbidders bezitten de lenigheid om het hele lijf van zonnebrand te voorzien; insmeren is ook een gedwongen sociaal ritueel. Maar eentje zonder duidelijk omlijnde regels.

Insmeren als je alleen bent

Want door wie laat u uw rug insmeren wanneer u alleen bent? En die spierwitte schoudertjes van de roodharige buurkinderen die bij u in de tuin spelen? Kun je een smeerverzoek ook weigeren? Een rondgang langs diverse etiquettedeskundigen en zonaanbidders levert uiteenlopende smeertypes op.

Dat is wat etiquette moet doen, zegt historica Reinildis van Ditzhuyzen (69). ,,Het woord etiquette schrikt mensen vaak af, maar heeft slechts tot doel ze blijer te maken, doordat alles fijn verloopt.’’

Om de paar jaar herschrijft zij het Nederlandse standaardwerk over etiquette Hoe hoort het eigenlijk? van Amy Groskamp ten Have, dat in 1939 voor het eerst verscheen. Hoewel er geen officiële richtlijnen zijn voor wat betreft insmeren, heeft Van Ditzhuyzen wel een idee hoe je het prettig kunt laten verlopen.

Een ander insmeren?

Bijvoorbeeld als het gaat om de wederkerigheidskwestie. Aangezien we onszelf insmeren vaak al een rotklus vinden, staan we bepaald niet te springen om ook nog onze omgeving in het vet te zetten. Smeer jij mij, dan doe ik jou, zou je zeggen. Maar Van Ditzhuyzen is het daarmee niet eens. ,,Het is toch een vrij intieme handeling, dus mensen moeten hun eigen grenzen bewaken. Wees duidelijk. Als je iemand vraagt je in te smeren, doe je er verstandig aan meteen aan te geven dat je die persoon zelf liever niet insmeert. Maar dat moet je durven, want we willen allemaal graag aardig gevonden worden.’’

Zonaanbidder Afra de Vent (66) is het daarmee eens. ,,Sommige mensen zijn gevoeliger voor aanrakingen, dat kan ook te maken hebben met hun culturele achtergrond. Maar als iemand mijn rug niet wil insmeren, heb ik daarvoor alle begrip. Daarvoor moeten geen regeltjes komen. Dat is te bedisselend.’’

Logische volgorde

Als er voor elkaar wordt gezorgd, zijn de etiquettedeskundigen het erover eens dat er sprake moet zijn van een logische volgorde. Want hoe pragmatisch het doel van insmeren ook moge zijn, het blijft een intieme handeling. Het handigste is het om een smeervolgorde aan te houden van meest bekend naar minst bekend, zegt etiquettedeskundige Beatrijs Ritsema (63). ,,Je vraagt het niet aan de persoon die het verst van je af staat. Het is net als de zorg voor een schoonouder, dan zijn het toch ook de kinderen die hun moeder in en uit de rolstoel helpen en niet het schoonkind.’’

Iets minder natuurlijk is een setting met collega’s, maar het principe van nabijheid blijft hetzelfde. Ritsema: ,,De baas kan beter zijn sous-chef vragen hem in te smeren dan zijn stagiair.’’ En, zo voegt imagodeskundige Gonnie Klein Rouweler (61) toe: ,,Mannen smeren mannen en vrouwen smeren vrouwen. Dat lijkt me wel zo overzichtelijk.’’

Vrienden in het park

Dan is het wel zaak dat mannen elkaar ook echt insmeren. Daar heeft Patrick Boor (28) een hard hoofd in. Hij ligt met vrienden in een park: ,,Mannen durven dat niet snel aan elkaar te vragen en zijn ook vaak lakser. Ik smeer mezelf ook nooit in, maar omdat ik altijd buiten werk, ben ik eraan gewend en verbrand ik nooit.’’

Een herkenbare situatie voor Marinka Oostveen (27), die haar vriend maar niet ervan kan overtuigen zich in te smeren. ,,Ik zie hem verbranden, maar hij zegt dat zijn huid dat zelf wel reguleert. Maar vervolgens wel keihard vervellen.’’

Smeren moet. Maar hoe pak je dat netjes aan? Houd het zo pragmatisch mogelijk, luidt het devies van de deskundigen. Klein Rouweler: ,,Geen gestreel of uitgebreid gekneed. Je gaat staan of zitten – liggen is nóg intiemer – je keert je rug toe zodat de ander er makkelijk bij kan, smeren en klaar. En maak geen opmerkingen over het lijf van de ander.’’

Zoek een tactische plek

Denk daarbij aan je omgeving, zegt etiquette-expert Jan Jaap van Weering (58). ,,Zoek een plek op waar je anderen niet hindert en zorg ervoor dat het niet aanstootgevend wordt. Denk bijvoorbeeld aan mensen met een andere geloofsovertuiging.’’

Tot slot: niet schuiven aan badkleding. Ritsema: ,,Ga niet aan bandjes zitten. Het is heel simpel: je smeert de huid die onbedekt is, en meer niet.’’ Want, zo voegt parkbezoeker Olaf Bijlsma (35) hieraan toe: ,,Als mensen dat niet erg vinden, maken ze zelf hun bandjes wel los of schuiven ze hun zwembroek opzij.’’

Kinderen insmeren

Uiteraard zijn de ouders verantwoordelijk voor het insmeren van hun kinderen. Maar hoe zit dat met het kroost van anderen? Marilou Pijper (23), die met haar oppaskinderen bij een pierenbadje zit, vindt dat het insmeren gewoon bij haar taken hoort. ,,Net als dat ik ze te eten geef en luiers verschoon, is insmeren ook een ouderlijke taak die je tijdelijk overneemt.’’

Duidelijke instructies zijn wel gewenst. Zo vindt Hélène van Leusden (35), moeder van twee, het verstandig dat als er kinderen van anderen bij haar over de vloer komen, de ouders aangeven of een kind wel of niet is ingesmeerd en zonnebrandcrème meegeven.

Etiquette

Reinildis van Ditzhuyzen voegt toe dat als ouders specifieke smeerwensen hebben, ze hiervoor ook zelf moeten zorgdragen. ,,Zo werkt dat in de etiquette. De gastheer of gastvrouw zet de toon en de gast die daarop een uitzondering wil maken, is daarvoor zelf verantwoordelijk.’’

Uiteindelijk geldt voor alle smeerperikelen: de soep wordt nooit zo heet gegeten, als hij wordt opgediend. Van Ditzhuyzen: ,,In de etiquette zijn er twee basisregels. Eén: hou rekening met de ander. En twee: wees duidelijk. Als we die twee regels toepassen op insmeren, gemengd met gezond verstand, komen we al een heel eind.’’

Zonnebrandcrème - Foto Pixabay

Zonnebrandcrème – Foto Pixabay

Wat voor type smeerder bent u?

Sorry, ik lig net. Over ontwijkende bewegingen, harde handen en gevaarlijke randjes. Een analyse van vijf soorten smeerders.

De reikimaster

Alsof kaboutertjes de crème op je rug likken, zo teder gaat dit smeertype om met andermans lijf en leden. Dit kan leiden tot ongemakkelijke momenten. Is de reikimaster preuts? Heeft hij angst voor aanraking? Smetvrees wellicht? Je weet het niet. Wie een stevige hand is gewend, vraagt zich deze dingen af. Zijn de in te smeren plekken afdoende grondig in het vet gezet? Of weet u ’s avonds precies waarom uw spiegelbeeld veel gelijkenissen vertoont met een gegrilde kipfilet? Tip: neem een zonnespray.

Het slangenmens

De solist met een hoog niveau van zelfredzaamheid en bewijsdrang. Voelt zich bezwaard een ander te belasten met zijn insmeerverzoek. Dat is toch iets wat je zelf kunt oplossen? Dit type heeft door veel alleen op reis te zijn ontdekt dat het met een flexibel lijf en geest wél mogelijk is jezelf van top tot teen in te smeren. Met hortende en schortende souplesse wringt het slangenmens zichzelf in bochten waar menig circusartiest jaloers op kan worden. Zo wordt zelfs het middelste plekje op de rug bereikt. Hulpmiddelen als slalepels of verfrollers worden daarbij niet geschuwd.

De exhibitionist

Badkleding is een noodzakelijk kwaad die de artistieke vrijheid van de smeerder belemmert. De exhibitionist doet niet aan binnen de lijntjes kleuren en smeert zichzelf het liefste in op de meeste pure manier: bloot. Daardoor schat hij brutaal in dat de ander daarover ook zo denkt. Uit dat bikinitopje dus! En rats … daar gaat je broekje! Het is vast goed bedoeld, want we willen niet dat ‘dat gevaarlijke randje’ alsnog verbrandt. Maar voorzichtigheid is geboden, mocht u dit type treffen.

De masseur

Het type niet-te-missen. Hij drukt zo hard zijn stempel, dat het voor teerhartigen beter is hem te mijden. Bij de masseur staat voorop: het insmeren is geen doel op zich, maar staat slechts ten dienste van een stevige kneedsessie. Gespannen schouders worden gretig los gemasseerd en gevoelige onderruggen opgewreven. Je even vlug laten insmeren door dit type is er niet bij. De masseur neemt zijn tijd en verwacht waardering.

De gever/nemer

De gever is gul. Immer bereid de ander in te smeren. Nauwlettend wordt de bakkende omgeving gescand; bij de eerste tekenen van verkleuring meldt hij zich met zijn dure tubes zonnebrand en allerhande weetjes over UVA- en UVB-filters en huidkanker. Het is vaak de nemer die zich dit laat welgevallen. Met gevoel voor timing krijgt hij het voor elkaar dat zijn ruggetje (nu je toch bezig bent) nog even wordt meegepakt. Dat hij zelf bedreven is in het ontwijken van smeermomenten, bewijst de uitspraak: sorry, ik lig net. Zo iemand heeft opvallend vaak geen zonnebrandcrème bij zich.

Zonnebril - Foto Pixabay

Zonnebril – Foto Pixabay

Fabels en feiten over insmeren

Het lijkt zo simpel: beetje smeren met zonnebrand. Maar er bestaan een hoop misverstanden over. Germaine Relyveld (46) geeft uitsluitsel en advies. Zij is dermatoloog en oncoloog in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam.

Doe maar factor 50, dan hoef ik me maar een keer in te smeren

Fabel. ,,Dat is dus absoluut niet waar. De factoraanduiding SPF 50 betekent dat je onder ideale omstandigheden 50 x 10 à 20 minuten beschermd bent tegen zonschade. Maar dan moet je dus minstens elke twee uur opnieuw en genoeg – tot je een laagje ziet – smeren, omdat je het vaak afveegt of de werking minder wordt door blootstelling aan zonlicht. Mensen vinden dat al snel overdreven veel, maar denk maar zo: als je een volle dag van acht uur naar het strand gaat, betekent het dat je maar vier keer hoeft te smeren.’’

Met factor 50 word ik minder snel bruin!

Feit. ,,Op het moment dat zonlicht bij de huid komt, vindt een reactie plaats waardoor je pigmentcellen pigment vormen en je bruin wordt. Met factor 50 komt er minder zonlicht bij de pigmentcellen. Dus ja: je wordt minder snel bruin. Echter, de meeste mensen smeren niet vaak genoeg en meestal ook te dun, waardoor er toch bruining optreedt.’’

,,De focus moet niet liggen op bruin worden, maar op de bescherming van je huid. Bruin worden, ofwel toename van pigment, biedt wel enige bescherming, maar deze bescherming is vergelijkbaar met een zonnebrandcrème met factor 3. Vlak voor een zonvakantie onder de zonnebank gaan om al wat pigment aan te maken, zal dus weinig zonschade voorkomen.’’

,,Dat factor 50 de aanmaak van vitamine D zou platleggen, is alleen het geval bij optimaal gebruik: dus om de anderhalf uur een dikke laag smeren. De meeste mensen komen daar nooit aan.’’

Die tube van vorig jaar kan nog makkelijk een zomer mee

Feit en fabel. ,,Dat is niet altijd zo. Zonnebrandcrème heeft wel degelijk een houdbaarheidsdatum. Daarnaast kan door blootstelling aan warmte en zonlicht de factor afnemen, waardoor de crème minder goed werkt. Je loopt dus een risico te verbranden als je je zonnebrandcrème van langer dan een jaar geleden gebruikt. Leg je zonnebrand bij voorkeur niet in de volle zon, maar bewaar hem op een donkere, koele plek. Dat kan versnelde veroudering voorkomen.’’

Ik hoef me niet nog een keer in te smeren, mijn zonnebrand is waterproof

Fabel. ,,Waterproof zonnebrand is eigenlijk zonnebrand die beter op je huid blijft zitten, maar dat betekent niet dat die er nooit afgaat of niet uitgewerkt raakt. Het product is ontwikkeld zodat mensen wat langer dan tien minuten in het water kunnen blijven. Maar als je eruit komt en je droogt je af, zou alle zonnebrand dan nog op je huid zitten? Zeker niet.’’

Ik hoef me niet in te smeren, want ik ben al bruin

Fabel. ,,Ook mensen die al bruin zijn geworden door regelmatige zonblootstelling, moeten zich blijven beschermen. Zoals eerder gezegd, zorgt bruining voor een zeer lage bescherming. Ook donkere mensen, die een type pigment hebben dat betere bescherming biedt tegen zonnestralen dan het pigment van blanke mensen, kunnen verbranden. Te veel zon kan voor alle huidtypen schadelijk zijn.’’

Mijn huid wordt altijd eerst rood, voordat hij bruin wordt

Feit en fabel. ,,Ja, die opmerking hoor je vaak! Dat komt doordat er eerst een effect zal optreden van de UVB-straling die inwerkt op de pigmentcellen en die kan leiden tot snelle verbranding (roodheid van de huid). De UVA-stralen zorgen er enkele dagen later voor dat je bruin wordt (door aanmaak van pigment door de pigmentcellen). Dit proces verloopt langzamer.’’

Ik heb geen zin om me in te smeren. Ik trek wel een T-shirt aan

Feit en fabel. ,,Helaas, ook een shirt kan zonlicht doorlaten. Met name lichte kleuren. Kies daarom voor donkere of UV-werende kleding. Denk eraan dat water, zand en sneeuw het licht weerkaatsen en je dus ook in de schaduw de huid moet beschermen. Onder een parasol liggen, geeft dus geen volledige bescherming. Ook achter glas kan zonschade optreden bij langdurige zonblootstelling.’’

Tot slot: ik smeer en ik smeer en ik smeer tot ik er uit zie als een.. witte ijsbeer!

Dit artikel werd geschreven door Willeke Keulen.

Te weinig geld voor de zomervakantie

Vakantie. Koffers pakken. Vliegtuig in. Naar een land met een strand, waar de zo lang verbeide zon schijnt. Zo’n zomervakantie is lang niet voor ieder kind weggelegd. Volgens de Stichting Kinderhulp verkeren anno 2017 ruim vierhonderduizend kinderen in armoedige omstandigheden. Daarvan zal ruim zeventig procent deze zomer thuisblijven, omdat hun ouders zo’n uitje niet kunnen betalen.

Een op de vijf kinderen viert dit jaar dus vakantie in eigen straat. Dat doen ze vaak al jaren; de armoedecijfers van het Centraal PlanBureau laten een stabiel beeld zien. In 2003 leefde 26 procent van de Nederlandse kinderen onder de armoedegrens. Tussen 2006 en 2009 daalden zij in aantal, vervolgens steeg het aantal arme kinderen onder invloed van de economische crisis en sinds 2014 is een kentering zichtbaar.

Armoede is een langdurig probleem

De economie trekt aan, maar dat voordeel proeft niet iedereen. Armoede, zo blijkt uit onderzoek van de SER, is vaak een langdurig probleem, en het aantal mensen dat langer dan drie jaar een inkomen beneden modaal heeft, is stijgende. Een op de drie ‘arme’ kinderen verkeert zelfs langer dan vier jaar in die situatie. Vooral in de grote steden is het aantal minvermogenden groot, maar het Noorden telt evenwel het meeste aantal ‘arme’ gemeentes, zoals Emmen, Borger-Odoorn, Hoogeveen, de Pekela’s, Delfzijl en Bellingwolde.

Ook uitjes zijn te duur tijdens de zomervakantie

Uit de dit jaar gehouden Vakantiegeld-enquête van het Nibud blijkt dat steeds meer mensen met weinig geld een vakantie-uitje te duur vinden. Vorig jaar was dat nog 35 procent van de ondervraagden, dit jaar was dat percentage gestegen tot 42 procent. Meer dan de helft van deze respondenten heeft besloten niet op vakantie te gaan.

Armoede treft vooral kinderen in eenoudergezinnen. In de meeste gevallen worden die door moeders bestierd. Kinderen die door hun vaders worden opgevoed hebben het overigens vaak iets breder, omdat mannen vaker een baan hebben en moeders vaker een uitkering.

Zomerpretpakketten

Dat de armoedecijfers een constant beeld laten zien, is te wijten aan het feit dat de overheidsmaatregelen zich voornamelijk richten op het compenseren van het armoede-effect, en niet op een systematische aanpak van de oorzaken, constateerde de SER dit voorjaar in haar rapport ‘opgroeien zonder armoede’.
De Stichting Kinderhulp deelde deze zomer 300 gesponsorde zomerpretpakketten uit, met ondermeer vakantieboeken en toeslagen voor uitjes. Ze waren in no-time weg.

Dit verhaal werd geschreven door Inki de Jonge

 

Ook in Amsterdam raken bewoners gefrustreerd van al die toeristen. ,,Ik voel me steeds meer een vreemde in mijn eigen stad.”

Evenementen trekken veel toeristen

Dragqueens dansend op boten in de Amsterdamse grachten en tienduizenden mensen op de kant die met ze mee feesten. Amsterdam Gay Pride trok afgelopen weekend naar schatting een half miljoen bezoekers. Het is met Koningsdag een van de drukste evenementen in de stad.

Toch zijn dit niet de evenementen waar binnenstadsbewoners zoals Teun Hubar zich het meest aan storen. Een feestje op zijn tijd is best gezellig. Nee, het gaat hem vooral om de vloedgolf van toeristen het hele jaar door. ,,Ze zwabberen op huurfietsen, gooien hun etensresten op straat en feesten de hele nacht door. Deze mensen doen alsof ze in een pretpark zijn beland en hebben totaal geen oog voor de omgeving.”

17,3 miljoen toeristen

Afgelopen jaar kwamen er 17,3 miljoen toeristen naar Amsterdam, van wie 10 miljoen van buiten Nederland. En dat verandert de stad ingrijpend, vindt Hubar, die tevens vicevoorzitter is van de actiegroep Wij Amsterdam.

,,Overal zie je dezelfde ketens in de straten verschijnen of souvenirwinkels die peperdure toeristenkaas verkopen. Winkels waar wij als inwoners ook nog iets aan hebben, verdwijnen. Zo krijg ik steeds meer het gevoel dat ik een vreemde ben in mijn eigen stad.”

Feestende toeristen die de stad alleen maar als decor gebruiken, kan de stad missen als kiespijn, vinden ze ook bij Amsterdam Marketing, het promotiebureau van de stad. Maar toeristen die langer willen blijven en geïnteresseerd zijn in kunst en cultuur brengen de stad juist veel goeds. Al erkent marketingstrateeg Nico Mulder van Amsterdam Marketing dat het op sommige momenten en op sommige plekken te druk is. ,,We houden dan ook geen campagnes meer om meer bezoekers naar Amsterdam te krijgen.”

Amsterdam Beach moet toeristen verleiden

De stad probeert toeristen nu te verleiden ook andere plekken in de stad en de regio te bezoeken, zoals Amsterdam Beach (Zandvoort) of Amsterdam Castle (het Muiderslot). ,,De helft van de bezoekers is al vaker in Amsterdam geweest. Die zijn eerder geneigd meer van de omgeving te zien dan de mensen die er voor het eerst komen.”

Ook krijgen toeristen te maken met strengere regels vanuit de gemeente. Dat moet de stad leefbaar houden voor de bewoners. Zo kwamen georganiseerde groepen soms met vijftig mensen tegelijk op de Wallen en leidde de gids hen door de stad met een megafoon. Dat is nu teruggebracht tot groepen van maximaal de helft en de megafoon is verboden.

Ook wordt er nagedacht of de cruiseterminal niet verplaatst moet worden en wordt er gekeken of het winkelaanbod niet te eenzijdig wordt door bijvoorbeeld de vele souvenirwinkels.

Deze tekst werd geschreven door Raymond Boere.

Scan AD. Hotelvergelijkingssite. De allerbeste prijs. Overnachting Op sites als Expedia.nl en Booking.com heb je een hotelkamer, appartement of huisje zo geregeld. Maar krijg je wel echt de laagste prijs te zien? Illustratie Trik

Boekingsites zijn niet altijd een goedkope oplossing – Illustratie Trik

Boekingsites bezorgen vakantiestress

‘Meestal volgeboekt.’ ‘Erg gewild.’ ‘Nog 3 kamers op onze site.’ ‘De afgelopen 6 uur 14 keer gereserveerd.’ ‘22 anderen kijken nu ook.’ ‘Mis onze beste prijs niet.’ ‘Reserveer nu voor het te laat is.’

Als je nog geen vakantiestress hebt, dan krijg je het wel door boekingsites als Booking.com, Expedia, Tripadvisor en Trivago. Een hotelkamer reserveren was nog nooit zo makkelijk en zenuwslopend tegelijk.

‘U heeft de beste prijs’

De kamer die we als test voor dit artikel willen reserveren, blijkt in trek. In het hotel, dat omschreven wordt als ‘Andalusische romantiek’, is nog maar één kamer beschikbaar en er zijn tien andere kapers op de kust, zo laat het geopende menu op het computerscherm weten. We blijken van alle gegadigden het behendigst met toetsenbord en muis, want de kamer is voor 120 euro van ons. Bingo! ‘U heeft de beste prijs.’

,,Helemaal niet’’, zegt een vriend, werkzaam in de hotelbranche, die van onze vakantieplannen hoort. ,,Hotels bieden op de eigen website vaak een lagere prijs aan. En zo niet, dan kun je altijd even bellen met de vraag of er te onderhandelen valt.’’

Prijs mag boekingsites niet lager

Hij heeft gelijk. Op de website van het hotel in kwestie blijkt de prijs voor een tweepersoonskamer en een enkele overnachting 10 euro lager te liggen dan bij Booking.com. Ook concurrenten Expedia en Trivago rekenen 120 euro voor een verblijf in het hotel van onze keuze.

Waarom zijn de grote hotelboekingssites met hun zogenaamde laagsteprijsgarantie duurder? Dat wil de hoteleigenaar best vertellen, zolang hij en zijn hotel maar niet met naam in de krant verschijnen. Dat kan hem namelijk in de problemen brengen.

Een hotel mag op de eigen website niet zakken onder de prijs van Booking.com, vertelt de hotelman. Daarmee probeert het bedrijf te voorkomen dat mensen op Booking.com zoeken, maar uiteindelijk via een ander kanaal boeken. Zo kan Booking.com aan klanten de beste prijs garanderen.

Verbannen

Hij zou niet de eerste zijn die voor het breken van de regels door het machtige Amerikaanse bedrijf op de vingers wordt getikt. Het kan zelfs leiden tot een verbanning naar pagina 20 van de zoekresultaten, waar geen enkele bezoeker van Booking.com je weet te vinden. Daar zit hij niet op te wachten, want er moeten wel kamers worden verhuurd.

Als bemiddelaar tussen consument en aanbieder ontvangt Booking.com een commissie voor iedere kamer die via het platform wordt verkocht. Doorgaans is dat 15 procent, maar sommige hotels betalen tot wel 25 procent. Bij een kamerprijs van 120 euro gaat dan 30 euro naar de boekingssite. Hoe meer commissie je betaalt, hoe hoger je verschijnt op de lijst met aanbevolen accommodaties.

Die ingeleverde omzet moet natuurlijk wel worden terugverdiend. De hotels berekenen dit door in de kamerprijs. Zo betaal je als klant uiteindelijk de rekening. En zo maken boekingssites de hotels duurder in plaats van goedkoper.

Boekingsites zoals Expedia

Op sites als Booking.com staan dus niet altijd de laagst mogelijke prijzen voor hotelkamers. Waar dan wel? Niet bij Expedia.nl. Expedia is het moederbedrijf achter grote merken als Hotels.com, Trivago, Orbitz, Hotwire, Travelocity en CheapTickets. Wie hier zoekt, zal dus weinig verschil in kamerprijzen zien. En ook Expedia eist een flinke commissie van de hotels: 15 tot 20 procent.

Goedkoper kan het zijn te boeken bij het Nederlandse initiatief Bidroom.com. Dat laat hotels slechts 2 procent commissie betalen. Daarom zijn die bereid de klant korting te geven: minimaal 5 procent. Je moet wel altijd inloggen om de beste hoteldeals te kunnen zien.

De grote boekingssites staan namelijk niet toe dat aangesloten hotels kamers tegen lagere prijzen aanbieden op andere, openbare websites. Maar achter een inlogmuur gelden de prijzen niet als openbaar en mogen de hotels lagere kamerprijzen aanbieden. Bidroom is actief in 128 landen en 1142 steden.

Andere opties dan boekingsites

Elkeplek.nl verzamelt het aanbod van Nederlandse bungalowparken, campings en groepsaccommodaties. De maximale marge die naar de website gaat, bedraagt 8 procent van de oorspronkelijke boekingsom. Op die manier moet worden voorkomen dat het dezelfde kant uit gaat als in de hotelsector. Zo’n 2500 recreatiebedrijven hebben zich bij Elkeplek.nl aangesloten.

Ook handig is Zoover.nl. Zoover boekt zelf geen reizen of overnachtingen, maar plaatst wel links naar de goedkoopste aanbiedingen. Dat maakt inzichtelijk wie van de tour-operators of grote boekingssites het voordeligst is. Maar je kunt ook direct boeken wanneer je denkt zo een betere deal te krijgen. De site biedt verder een uitgebreid overzicht van campings met veel reviews van gebruikers.

Een andere optie is Airbnb, de website waarop particulieren hun eigen accommodatie verhuren aan vakantiegangers. Je boekt in dat geval vrijwel altijd direct bij de bron. Op de site vind je een selectie van kamers, huizen, appartementen en B&B’s, maar ook rondleidingen en excursies. Airbnb brengt de verhuurder 3 procent servicekosten in rekening.

Maar ook de hotels zelf zitten niet stil. Ze zijn het beu om telkens torenhoge commissies af te dragen aan de grote boekingssites. Hotelketens als Marriott en Hilton moedigen aan direct te boeken via de eigen website. Dat doen ze door extra korting te geven of voordelige lidmaatschappen aan te bieden.

 

Tips om boekingssites te omzeilen

Als reserveren via boekingssites niet betekent dat je ook de laagste prijs betaalt, hoe lukt het je dan wel om te komen tot de laagste prijs?

1. Vergelijk voor je boekt.

Reserveer nooit meteen een kamer of accommodatie, maar vergelijk. Op boekingssites staan alle hotels keurig op een rij en vind je alle informatie die je nodig hebt. Daarna kun je dezelfde hotels ook vinden op Google. Kijk ook op de eigen website van hotel of verhuurder.

2. Bel en onderhandel.

Hotels mogen op hun eigen website geen lagere prijs aanbieden dan op Booking.com. Die regel geldt niet als de klant persoonlijk of telefonisch contact opneemt met het hotel in kwestie. Als je een kamer op het oog hebt, kan het lonen om contact op te nemen met het hotel en te vragen of je een goedkopere overeenkomst kunt sluiten.

Dit artikel werd geschreven door Kaj van Arkel