Op de fiets langs de Ruhr
Vader en dochter fietsen samen de Ruhr af, een route van 230 kilometer, van Winterberg tot Duisburg. ,,Je raakt toch gehecht aan zo’n rivier.’’
Vader en dochter fietsen samen de Ruhr af, een route van 230 kilometer, van Winterberg tot Duisburg. ,,Je raakt toch gehecht aan zo’n rivier.’’
Is dit het? Op de noordelijke helling van de Ruhrkopf (696 meter) bij Winterberg wellen wat druppels uit de rotsen. Aan weerszijden loopt er in halve cirkels een muurtje naartoe. Een verweerde zerk, een gedenkteken, meldt Ruhrquelle 1849. De bron van de Ruhr en het jaar dat de stenen werden gemetseld.
Twee oudere dames zitten op het muurtje met een paraplu boven het hoofd. Ze bekijken de twee zojuist aangekomen fietsers met een vertederde glimlach. Samen met mijn dochter van 23 maak ik een fietstocht langs de Ruhr, van hier – de bron – tot waar hij bij Duisburg uitmondt in de Rijn.
,,Zij denken dat je mijn opa bent’’, zegt Fenna, terwijl ze geïrriteerd haar regenjas uitschudt. Ze had zich een ander begin voorgesteld. Iets met zon. Met minder inspanning. Ik kijk om me heen. Het woud klimt op tegen de hellingen van het Rothaargebirge, een bries brengt geuren aan van vochtig loof. Naast het muurtje tiert een weelde aan bloemen en in de verte, boven Hochsauerland, breekt de bewolking.
Het stroompje verandert verderop al in een baldadig beekje. Sommige toppen van het middelgebergte hebben iets van vulkanen met groene hanenkammen. Fietsen is een cadans die maar doorgaat, en terwijl dat gebeurt, terwijl de benen malen, worden gedachten lichter en onnozeler. Dat is wat je wilt: dat gedachten uitwaaieren en zo hun zwaarte verliezen.
Fenna zoekt iets dergelijks niet. Zij ziet heus wel hoe sierlijk de bossen de vette weilanden omzomen en dat de bruine koeien een fijne stijlbreuk zijn in het overdadige groen, maar ze vraagt zich af of deze route toch niet meer iets is voor oude mensen. Onrust waart in haar rond.
De RuhrtalRadweg, één woord inderdaad, kent over de 230 kilometer een verval van 650 meter, dus het heftige klimmetje nabij het dorp Assinghausen komt als een verrassing. ,,Afzien voor de lol, nooit iets van begrepen’’, snauwt ze mij boven toe, waar ik hijgend sta te wachten. ,,Tief op!’’ brult ze tegen een vlieg die afkomt op haar bezwete wangen.
Niet reageren. Normaal zou ik een plagerige opmerking hebben gemaakt, nu voel ik me toch in mijn wiek geschoten. Vanouds hebben we een goede band, mijn dochter en ik, en sinds haar moeder en ik vijf jaar geleden uit elkaar gingen, heeft die zich verdiept. Korte reisjes met z’n tweeën doen we al sinds haar 10de, maar nu is er een verandering gaande. Ik kan de vinger er niet op leggen.
De Ruhr wordt geleidelijk breder en onstuimiger, de route wisselt van oever. De rivier verdwijnt soms uit beeld, maar is trouw als een kind dat zijn ouders niet uit het oog verliest. Eigenlijk volgen wij niet de Ruhr, hij volgt óns.
Het traject blijkt niet zo pünktlich verzorgd als je van Duitsers zou verwachten. Lückenlose Beschilderung, zingen de folders: de bewegwijzering zou geen zwakke plekken kennen, maar het vierkleurige logo van de RuhrtalRadweg is op sommige kruispunten onvindbaar. Ik erger me daaraan, zij ergert zich aan mijn geërger.
Rechts strekt het enorme Arnsberger Wald zich uit, een ongerept natuurgebied waarop de deelstaat Nordrhein-Westfalen trots is. Meteen voorbij de voorste stammen, dieper het woud in, is het aardedonker. Het loopt 15 kilometer door, helemaal tot het stadje Warstein – van het bier, ja.
Ergens in de middag stoppen we als op afroep om een naaktslak te redden die midden op het fietspad pauze houdt. ,,Dat is vragen om moeilijkheden, dame’’, zegt Fenna, terwijl ze het dier op een flap van de routekaart schuift. En dat klopt, er komen vrij veel fietsers voorbij, meestal 50-plussers met hightech toerfietsen en peperdure fietskleding. Ze brengt de slak tussen de varens in veiligheid.
Terwijl de zorgen om een naaktslak je in beslag nemen worden in de loop van een fietsdag gedachten onvermijdelijk oppervlakkiger. Eerste halteplaats Arnsberg doet mij denken aan Anton Pieck, mijn dochter heeft het over een poppenhuis. Op de Alter Markt houdt de witte Glockenturm de wacht; in een nis in het Altes Rathaus kijkt een Madonna uit 1500 op ons neer.
,,Zou je het volhouden als er alleen maar fietsen was? Als er niet af en toe iets moois te zien zou zijn zoals de rozentuinen, of deze Madonna?’’ vraagt ze. Ik antwoord dat het fietsen zelf en het landschap al zouden volstaan, bezienswaardigheden zijn meegenomen. ,,Fietsen is een manier van om je heen kijken. Het gaat mij om die manier, niet om wat ik zie. Zoiets.’’
Ik denk terug aan de cadans van het fietsen die ik in de loop van die dag vond en hoe zware gedachten de kans niet kregen. Vroeger had zij dat ook, dan wilde ze horen wat ik vond om het ermee eens te kunnen zijn of, nog liever, juist niet. Nu zwijgt ze.
Alles blijft groen en vriendelijk langs de rusteloze Ruhr en het oeverlandschap wordt de volgende dag geleidelijk vlakker. Door de vele zijrivieren zwelt de stroom aan. Er zijn Wasserwerke: overwoekerde oude sluizen, moderne vistrappen, antieke spoorbruggen, versterkte oevers, stuwmeren.
Fenna zegt dat ze liever een e-bike had gehad –,,kunnen we die niet nu nog bestellen?’’ – en dat er vliegjes in haar beenharen blijven steken. Toch lijkt ze zich vandaag allengs neer te leggen bij de lichtheid van het fietsbestaan; het urenlange trappen voelt niet meer als eentonig. Op een pontveer, midden op de rivier, meldt ze dat ze zich ,,best oké’’ voelt. Even later: ,,Dat nieuws mocht je niet missen.’’ Ze legt een hand op mijn arm. ,,Lieve paps.’’
In Schwerte, de volgende pleisterplaats, blijkt het halverwege de RuhrtalRadweg gedaan met rustieke dorpjes en slanke witte kerktorens: het is zomaar een forse stad (48.000 inwoners) die naar het noorden aan de industriestad Dortmund is vastgegroeid. ’s Avonds eten we in de Rohrmeisterei. Nu een cultuurcentrum, vroeger een lijvig pompstation dat dienstdeed als Trinkwasserversorgung van Dortmund en omstreken. Met de moderne technieken is er geen pomp meer nodig.
,,Wist je dat de Ruhr 2,2 miljoen mensen van drinkwater voorziet?’’ zeg ik. ,,Ziet er mooi uit hier’’, zegt ze welwillend. ,,Die oude machines, dat design, al dat glas. Maar het is hier fokking warm.’’ Misschien had ik wat meer enthousiasme verwacht, of heb ik een te nostalgisch beeld van vader-en-dochter-samen-op-pad?
De Ruhr is de naamgever van een van de grootste en oudste geïndustrialiseerde regio’s ter wereld: het Ruhrgebied, in de volksmond de Kohlenpott. Veel mijnen en staalfabrieken zijn de afgelopen decennia gesloten; sommige heten nu ‘historisch erfgoed’ en dienen als museum of cultureel centrum. Op de derde fietsdag zijn ze af en toe achter de lage heuvels in het noorden te zien: een hoog staketsel, een kolenberg, een monsterlijk fabrieksgebouw, maar bij de Ruhr zelf, inmiddels breed en bedaard, blijft alles kleinschalig.
Kleinschalig? De Baldeneysee is een groot stuwmeer vlakbij Essen, waar de Ruhr in- en verderop uitstroomt. De rivier is hier een boa constrictor die een everzwijn heeft ingeslikt. De nabijheid van de dichtbevolkte Kohlenpott is rond het meer onmiskenbaar, het wemelt van de watersporters en recreatieve voorzieningen. We nemen een kijkje in de monumentale Villa Hügel waar drie generaties van de Kruppdynastie woonden, iconische staal- en wapenmagnaten van het Ruhrgebied. Ik zou hier uren kunnen dwalen; dochter kijkt nieuwsgierig rond, maar houdt daarmee snel op. Ik moet denken aan die keer dat ik haar als kind meenam naar het Museum Speelklok in Utrecht. ,,Wanneer gaan we weg, pap?’’ vroeg ze na twee minuten.
,,Jawel hoor, best interessant’’, zegt ze in Villa Hügel. ,,Maar ik sta liever in het Rijksmuseum.’’
Het Ruhrgebied is een gigantische samenklontering van aan elkaar gegroeide steden, maar aan de groene oevers van de rivier, onze reisgenoot, merken we daar de vierde dag weinig van. Dat de metropool toch vlakbij is, zien we vanaf een oude watertoren in Mülheim an der Ruhr. Alles in dit Aquarius Wassermuseum heet ‘beleving’. Het zou ook eens niet. Het begint verplicht bovenin bij het uitzicht, dan dalen bezoekers naar lagere verdiepingen waar ze alle, werkelijk alle aspecten van water beleven.
,,Het maken van een spijkerbroek kost 9400 liter water’’, zegt Fenna. ,,Goed om te weten.’’ Voor het eerst deze dagen vraagt ze of ze de routekaart mag zien. Even denk ik aan oplevende betrokkenheid, maar ze wil weten hoe ver het nog is. Zo’n 12 kilometer, kind.
Bij Duisburg is het gedaan: levensmoe verliest de Ruhr zich in de Rijn. We staan erbij te kijken, al was het flink zoeken naar die plek. Er staat een 25 meter hoog rechthoekig oranje kunstwerk, de Rheinorange.
,,Je raakt toch gehecht aan zo’n rivier’’, zegt ze. ,Ja, dit was het dan.’’ Mijn stem is schor. ,,Pap …’’ ,,Mm?’’ ,,Na de scheiding ben ik dichter bij je gekomen. Nu komt er wat meer afstand.’’ ,,Zo gaan die dingen. Niet erg toch.’’ ,,Maar ik wil deze reisjes zo graag blijven doen.’’ ,,Doen we.’’ ,,Maar dan met een zwembad.’’
Per trein naar Winterberg is te doen, overstappen in Utrecht, Oberhausen en Dortmund. Prijs: circa 70 euro per persoon. Terug vanuit Duisburg: circa 50 euro. De afstand Noord-Nederland-Winterberg bedraagt pakweg 350 autokilometers, van Duisburg terug naar het Noorden is het ongeveer 250 kilometer per auto.
Fietsverhuurbedrijf RevierRad zet de fietsen klaar in Winterberg en ontfermt zich er 230 kilometer verderop weer over in zijn vestiging bij het station van Duisburg.
Alles over de RuhrtalRadweg vind je op hun eigen website, in het Nederlands! Hier is ook de compacte spiraal-fietsroutekaart te bestellen (€9,95), inclusief adressen van restaurants en op fietsers ingestelde overnachtingsmogelijkheden.
De bewegwijzering is matig. Behalve de routekaart is een gewone wegenkaart aan te raden. Daarnaast is van de site de gps-track te downloaden. Laad deze in Google Maps; dat komt onderweg van pas.
Dit artikel werd geschreven door Egbert Jan Riethof
