Borrelend en bruisend Leipzig
Het borrelt en bruist in Leipzig. Het voelt hier allang niet meer als DDR, eerder hip als Berlijn. Het nieuwe elan is overal merkbaar.
Het borrelt en bruist in Leipzig. Het voelt hier allang niet meer als DDR, eerder hip als Berlijn. Het nieuwe elan is overal merkbaar.
De Leipzigers zijn rustige mensen, hadden ze gezegd. Bedachtzaam, eenvoudig, niet van dat schreeuwerige, gewoon, normaal, Oost-Duits. Zo zijn ze in Leipzig. Maar niet op deze avond in de Leipzig Arena. Op de sporttribune komt de ware mens naar boven.
In dit geval is de ware mens degene zich diep had verscholen in mevrouw Grabowski. Zij zat voor de wedstrijd nogal nors op haar te krappe stoeltje, rij R, nummer 18, duidelijk geïrriteerd door de buren, die net iets te dicht op haar zaten.
Maar nu de handballers van haar SC DHfK Leipzig in het Spiel des Jahres met ruime voorsprong leiden tegen TSV Hannover, gaat mevrouw Grabowski helemaal los. Ze gilt, ze juicht, ze stompt haar buren, die inderdaad net iets te dicht bij haar zitten. Leipzig wint uiteindelijk met 28-24 en haalt voor het eerst in de geschiedenis de halve finale van de Duitse handbalbeker. ,,Meine Güte”, stamelt mevrouw Grabowksi. ,,Allemachtig.’’ Haar ogen staan vol tranen.
Dit soort succes zijn ze niet gewend in de stad. Maar het is nog veel mooier: Naast deze Arena staat een andere Arena, die van RB Leipzig. De voetbalclub die het zo onverwacht goed doet in de hoogste Duitse competitie. Elke thuiswedstrijd trekken meer dan veertigduizend bezoekers naar het vernieuwde oude volksstadion; het zoemt, het zingt, het zit elke keer vol. Kaartjes zijn moeilijk te krijgen, maar zijn wel de moeite waard, ook voor het handbal (al is dat makkelijker én goedkoper). Leipzig toont zijn nieuwe gezicht. Niet langer sleept de stad de laatste decennia als een loden bal met zich mee.
Een kwartiertje lopen van de Arena ligt aan de Dittrichring de Runde Ecke, het oude gezicht van Leipzig. Tijdens de jaren van de DDR durfden gewone burgers slechts vanuit hun ooghoeken naar dit gebouw te kijken. Hier zat het hoofdkwartier van de Stasi, de beruchte Oost-Duitse geheime dienst. Nu is het een museum, maar niet zomaar eentje: het is een plek om rillingen van te krijgen. Neem de tijd en kijk eens goed naar het alledaagse kantoortje van een ambtenaar, naar het plastic koffieapparaat en de suffe bloempot. Lees de geschiedenis van Johannes Herklotz, een scholier die in een opstel de DDR durfde te bekritiseren en vervolgens verhoord werd door zijn leraar, de directeur én iemand van de geheime dienst.
Of maak gewoon een praatje met de mevrouw die het museum beheert en hoor haar vertellen over de camera met die lange, smalle lens die speciaal gemaakt was om in de slaapkamer van de buren te gluren. ,,So ekel.’’ Zo akelig. Dan begin je een beetje te begrijpen waarom de Leipzigers nog steeds zo blij zijn dat het nu anders is. Ook al is het inmiddels 28 jaar geleden dat De Muur viel en bijgevolg de DDR ophield te bestaan. Sinds dat moment maakte Leipzig een ontwikkeling door die de stad de bijnaam Het Nieuwe Berlijn opleverde. Of Hypezig – het is maar aan wie je het vraagt.
In de Spinnerei hoor en zie je beide kwalificaties. Op het terrein van de oude katoenfabriek, aan de westkant van de stad, is het een komen en gaan van mensen met hipsterbaarden, zware brilmonturen en hoogwaterbroeken. In de bakstenen hallen zitten nu galerieën, werkplaatsen, een restaurant waar ze een spannende soljanka serveren (Russische maaltijdsoep, boordevol met van alles en nog wat), winkels, een bioscoop; een nieuw leven voor vergane glorie.
Stefan Passig is de zakelijk partner van Claudia Biehne, kunstenares in porselein. Hun atelier zit aan het eind van een gang vol oude geuren en afgebladderd behang, de deur staat altijd open. Hij vertelt graag over kunst en over de Spinnerei, neigt eerder naar Hypezig dan Het Nieuwe Berlijn, maar voelt zich er als een vis in het water. ,,Er zijn meer dan honderd kunstenaars hier, uit heel Duitsland. Het is een stad in beweging. Nog lang geen Berlijn natuurlijk, maar het wordt steeds leuker. We hebben zelfs wachtlijsten, en er is een streng toelatingsbeleid. Elke nieuwkomer moet bij ons passen. Dus wel een ovenbouwer, maar geen Starbucks.”
Leiptsisj, zoals ze hier zelf zeggen, leert langzaam wat is het is om een grote stad te zijn. Gregor Hovemann woont er graag, ook al komt hij uit het veel levendiger Ruhrgebied, vlakbij de Nederlandse grens. ,,Hier staan nooit files, heerlijk! Het is een mix van de oude DDR en de flair van Berlijn. Het mooiste zou zijn als Leipzig op de plaats van Bonn zou liggen, want hier in de buurt is echt niks te doen. Je moet 200 kilometer naar het westen rijden voordat er iets te beleven valt. En naar het oosten … tja … daar gebeurt pas weer iets als je in Japan aankomt.”
Aan de Eisenbahnstraße, een kwartiertje van het enorme monumentale station, ligt een stukje Leipzig dat er twintig jaar geleden nog niet was. Hier leven meer dan zeventig nationaliteiten bij elkaar, de bewoners zijn jong (gemiddeld 36 jaar); veel studenten, nog meer migranten. Het blad Focus ging er op reportage en trof hier de crimineelste anderhalve kilometer van Duitsland: ,,Dit is waar de misdaad woont.’’ Ook de politie noemt de straat ‘een crimineel-geografisch zwaartepunt’. Toch is het er gezellig, hier ademt en beweegt de stad, veel meer dan in het oude centrum met zijn nette klinkerstraten en historische panden. Je kunt er van alles kopen – legaal en illegaal – het wemelt van de hoofddoeken en tatoeages, en de hele wereld is hier te ruiken.
De Leipziger schrijver André Hermann woont er al jaren met veel plezier, en is eigenlijk maar voor één ding bang: toeristen die weleens wat spannenders willen dan een verantwoord museum of ein Kaffee mit Kuchen. ,,Voor je het weet, staan we in een reisgids van Lonely Planet.”
Leipzig ligt circa 500 kilometer van de Nederlandse grens, zowel via Nieuweschans (A7) als via Zwartemeer (A37). Dat is 4,5 à 5 uren met de auto.
Leipziger Notenspur is de titel van een muzikale wandeling door de binnenstad. Je komt langs huizen en werkplekken van componisten als Wagner, Bach en Mendelssohn. De gratis route is iets meer dan 5 kilometer lang (kaart is te downloaden of af te halen bij de VVV). Met je mobiel kun je onderweg de bijbehorende muziekstukken beluisteren.
Dit artikel werd geschreven door Mark van Essen. Foto’s: Shutterstock.