Fietsen door het Friese Oranjewoud
Begint een noordelijke plaatsnaam met oranje, dan kun je er donder op zeggen dat het een jong veendorp is. Het deftigste voorbeeld is Oranjewoud, gesticht door een echte Oranje-prinses.
Begint een noordelijke plaatsnaam met oranje, dan kun je er donder op zeggen dat het een jong veendorp is. Het deftigste voorbeeld is Oranjewoud, gesticht door een echte Oranje-prinses.
Deze historische fietstocht begint met een treinreisje. Heel verantwoord, want het is immers 150 jaar geleden dat Heerenveen – en hiermee ook buurdorp Oranjewoud – een spoorverbinding kreeg. Ja, het dorp werd zelfs aangesloten ‘op het geheele spoorwegnet van Europa’, zo meldde het plaatselijke advertentieblad destijds trots.
De Koga-fiets – made in Heerenveen – mag met een eigen kaartje mee in de trein. Vanaf Leeuwarden zit het vol met zwaar bepakte Randstedelingen, die namijmeren over hun bezoek aan Vlieland of Terschelling. Aangekomen in Heerenveen valt het oog op het foeilelijke station. Wat jammer toch dat het oude gebouw (vergelijkbaar met dat van Meppel) begin jaren tachtig is platgegooid.
De fietsroute hiervandaan leidt gelukkig wel door het mooiste stukje oud Heerenveen: bewonder de Oenemastate (restaurant ‘t Gerecht) en huize Voormeer. In de ooit zo doodse Lindegracht drijven nu vrolijke bloembakken, waarin – jawel: oranje – afrikaantjes bloeien.
Bij het Abe Lenstrastadion voert de tocht onder snelweg A32 door naar het parallelle fietspad. Hier zit je midden in de natuur en heb je als fietser het rijk alleen. Na een blik op nieuwbouwwijk Skoatterwâld doemt al snel het hart van Oranjewoud op. Vanaf de Koningin Julianaweg kan het avontuur beginnen.
Wie hier een strakke fietsroute uit wil zetten, houdt zichzelf voor de gek. Oranjewoud moet je zigzaggend ontdekken: aarzelend een laantje in, hobbelend een bospaadje op. Moeilijk is het niet, want het stikt hier van de bordjes en plattegronden. Het lijstje highlights laat zich gemakkelijk afstrepen.
Waar het in de elf Friese steden deze maand zwart ziet van de toeristen, is het op deze doordeweekse ochtend zo goed als uitgestorven in Oranjewoud. Er passeert een ouder Duits stel, een wielrenner rijdt voorbij, maar de stilte overheerst.
Overal hangt de zoet-weeïge geur van bloeiende springbalsemien. De Europese Unie riep deze zomer alle regeringen en gemeenten op om deze ‘invasieve exoot’ uit de weg te ruimen, maar Oranjewoud biedt zonder schroom asiel aan de ongewenste vreemdeling. En terecht, hij is best mooi.
Ook de huizen zijn het bekijken waard. Zelfs de meest eenvoudige woninkjes zijn hier als parels opgepoetst. Sommige villa’s ogen wel erg protserig en poenig, maar gelukkig is er nog plek voor humor en tegendraadsheid. Aan de Prins Bernhardweg staat een kinderbouwsel met daarop het woord: ‘spionnenhut’.
Onvermijdelijk kom je uit bij de negentiende-eeuwse paleisjes waar dit dorp zijn bekendheid aan te danken heeft. Om de adellijke villa Oranjestein kun je beslist niet heen. Nog indrukwekkender is de villa die simpelweg Oranjewoud heet. Hebben er dan Oranjes gewoond? Ja, en nee, want de historie is hier ingewikkeld.
De vorstelijke ‘Hollandse’ Oranje-familie had vroeger weinig te vertellen in de noordelijke provincies. Hier heerste van de zestiende tot de achttiende eeuw een andere familietak, met de naam Nassau-Dietz. Het waren de Friese stadhouders, de voorouders van het koninklijk huis.
Dat de naam Oranje hier toch voet aan de grond kreeg, is te danken aan de Leeuwarder stadhouder Willem Frederik, die in 1652 met zijn Hollandse achternichtje Albertine Agnes van Oranje-Nassau trouwde. Nadat hij zich twaalf jaar later bij een jachtongeval een kogel door zijn hoofd had geschoten, voerde zij in Friesland de scepter. In 1676 liet ze een deftig landgoed aanleggen en noemde dit naar haar eigen familie, Oranjewoud dus. De volgende generaties Nassau gebruikten het landgoed veelvuldig als zomerverblijf.
Toen de Hollandse Oranjes uitstierven, namen de Friese Nassaus hun rol – en ook hun naam – over. Zij werden halverwege de achttiende eeuw de eerste erfstadhouders van Nederland. Hun directe relatie met Oranjewoud ging echter verloren rond 1800. Patriotten verjoegen de stadhoudersfamilie naar Engeland en brachten Napoleon aan de macht, waarna het ‘paleisje’ in Oranjewoud tegen de vlakte ging.
Toen de Nassaus later – inmiddels als koninklijke familie – waren teruggekeerd in Nederland, hoefden zij hun landgoed niet meer terug. Het werd opgedeeld in kleinere kavels, waar Friese adellijke geslachten hun witte villa’s bouwden.
Wie natuur interessanter vindt dan landhuizen, kan zich hier overigens ook prima vermaken. Wandelen in de sierlijke ‘overtuin’ is een aanrader. Breng ook een bezoekje aan het kerkhof van Brongerga, het vergeten dorp dat hier oorspronkelijk lag. Vooral de adellijke grafkelder van de familie Van Limburg Stirum imponeert. Ernaast staat een klokkentoren.
De terugweg voert langs museum Belvédère, dat als modern landgoed tegen Oranjewoud zit aangeplakt. Ze hebben er schilderijen, maar ook koffie en mosterdsoep. Vanaf Belvédère en Het Meer fiets je in een kwartiertje terug naar Heerenveen.
Dit artikel werd geschreven door Erwin Boers | Foto: Catrinus van der Veen