Een op de vijf kinderen blijft thuis in de zomervakantie
De grote schoolpauze is aangebroken, maar tweeëntwintig procent van de Nederlandse kinderen zal dit jaar niet ‘op vakantie’ gaan. Het is te duur.
De grote schoolpauze is aangebroken, maar tweeëntwintig procent van de Nederlandse kinderen zal dit jaar niet ‘op vakantie’ gaan. Het is te duur.
Vakantie. Koffers pakken. Vliegtuig in. Naar een land met een strand, waar de zo lang verbeide zon schijnt. Zo’n zomervakantie is lang niet voor ieder kind weggelegd. Volgens de Stichting Kinderhulp verkeren anno 2017 ruim vierhonderduizend kinderen in armoedige omstandigheden. Daarvan zal ruim zeventig procent deze zomer thuisblijven, omdat hun ouders zo’n uitje niet kunnen betalen.
Een op de vijf kinderen viert dit jaar dus vakantie in eigen straat. Dat doen ze vaak al jaren; de armoedecijfers van het Centraal PlanBureau laten een stabiel beeld zien. In 2003 leefde 26 procent van de Nederlandse kinderen onder de armoedegrens. Tussen 2006 en 2009 daalden zij in aantal, vervolgens steeg het aantal arme kinderen onder invloed van de economische crisis en sinds 2014 is een kentering zichtbaar.
De economie trekt aan, maar dat voordeel proeft niet iedereen. Armoede, zo blijkt uit onderzoek van de SER, is vaak een langdurig probleem, en het aantal mensen dat langer dan drie jaar een inkomen beneden modaal heeft, is stijgende. Een op de drie ‘arme’ kinderen verkeert zelfs langer dan vier jaar in die situatie. Vooral in de grote steden is het aantal minvermogenden groot, maar het Noorden telt evenwel het meeste aantal ‘arme’ gemeentes, zoals Emmen, Borger-Odoorn, Hoogeveen, de Pekela’s, Delfzijl en Bellingwolde.
Uit de dit jaar gehouden Vakantiegeld-enquête van het Nibud blijkt dat steeds meer mensen met weinig geld een vakantie-uitje te duur vinden. Vorig jaar was dat nog 35 procent van de ondervraagden, dit jaar was dat percentage gestegen tot 42 procent. Meer dan de helft van deze respondenten heeft besloten niet op vakantie te gaan.
Armoede treft vooral kinderen in eenoudergezinnen. In de meeste gevallen worden die door moeders bestierd. Kinderen die door hun vaders worden opgevoed hebben het overigens vaak iets breder, omdat mannen vaker een baan hebben en moeders vaker een uitkering.
Dat de armoedecijfers een constant beeld laten zien, is te wijten aan het feit dat de overheidsmaatregelen zich voornamelijk richten op het compenseren van het armoede-effect, en niet op een systematische aanpak van de oorzaken, constateerde de SER dit voorjaar in haar rapport ‘opgroeien zonder armoede’.
De Stichting Kinderhulp deelde deze zomer 300 gesponsorde zomerpretpakketten uit, met ondermeer vakantieboeken en toeslagen voor uitjes. Ze waren in no-time weg.
Dit verhaal werd geschreven door Inki de Jonge