Reisverslag: stap mee op de motor door Borneo
Beleef Borneo op zijn mooist in Oost-Kalimantan. Een motortocht is niet het eerste waar je aan denkt bij Borneo, maar Venture-Travels bewijst het tegendeel. Lees jij mee met hun reisverslag?
Beleef Borneo op zijn mooist in Oost-Kalimantan. Een motortocht is niet het eerste waar je aan denkt bij Borneo, maar Venture-Travels bewijst het tegendeel. Lees jij mee met hun reisverslag?
Na een lange vlucht van 18 uur kom ik aan het einde van de middag aan in Balikpapan in Oost-Kalimantan. Dit is het Indonesische deel van het eiland Borneo. Terwijl ik op de bagage sta te wachten komen Rusdy en Ozzy al naar me toe om mij hartelijk welkom te heten in Balikpapan. Mij lukt het nooit om op een luchthaven iemand op te halen bij de bagageband achter de glazen deuren, maar in Indonesië helpt het heel erg als je de nodige connecties en ‘vrienden’ hebt. Er gaan letterlijk deuren voor je open.

Gebruikelijk is de tocht per auto te maken. Men is toch wat voorzichtig om buitenlanders op de motor het verkeer in te sturen in Indonesië. Er zijn vele ‘motorbikes’, in alle soorten en maten. Het aandeel motorfietsen is aanzienlijk kleiner. De motoren hebben uiteraard meer motorvermogen dan de motorbikes, wat duidelijk meer ervaring met het rijden vergt.
Toen ik tegen Ozzy vertelde dat in Nederland een motor bijvoorbeeld een 600 cc kan zijn was er een gemeend ‘wow, that is strong!’. In heel Oost-Kalimantan zijn er naar zijn zeggen maar tien motoren van dat formaat. De reden daarvoor wordt me in de loop van de komende dagen al snel duidelijk. Het verkeer en de wegen zijn in heel Indonesië zo verschillend van wat wij gewend zijn, dat een kleiner motorvermogen eerder een voordeel dan een nadeel is. Veel motoren zijn dan ook tussen 125 en 500 cc, wat meer dan voldoende is.
Kalimantan kent vele gezichten, zoals ook de tocht door het gebied. We rijden achter elkaar, links en rechts zodat het zicht op de weg steeds zo ver mogelijk is. Een uitgestoken voet van de voorganger duidt op een gat in de weg aan die kant, wat dus zowel links als rechts kan zijn. Zelfs op ogenschijnlijk goede wegen kun je ineens een gat in het asfalt tegenkomen van zeg maar een meter lang en breed van minimaal tien centimeter diep. Het is allemaal mogelijk. Na enige ervaring in het verkeer te hebben opgedaan slinger je behendig door het drukke stadsverkeer in Samarinda, of de andere steden, waar je aan alle kanten wordt ingehaald door van alles en nog wat als je niet snel genoeg gaat.

De buitenwegen slingeren zich door het bergachtige landschap. Achter elke bocht ontluikt zich een nieuw verrassend en onverwacht uitzicht. Ik merk al snel dat het handig is om rond een uur of zes in de avond op de overnachtingsplaats te zijn. Ietsje later is niet erg, maar de duisternis valt rond die tijd. Doorgaans zijn de wegen onverlicht, zeker buiten de stad. In het donker moet je echt een stapje terug met de snelheid om nog in staat te zijn eventuele gaten in het wegdek te ontwijken.
Maar soms ook onverlichte obstakels. Bijvoorbeeld voor een opa met een onverlichte oude pruttelmotorbike die een blauwe rookwalm achter zich laat, of de straatverkoper die met zijn onverlichte handkar onderweg is naar huis voor het avondeten. Geen zorgen, alles went. Soms staat er op een kruising geen bewegwijzering, of is hetgeen zo zwaar in verval dat er niets meer van te maken is. De verkeerde weg kan gerust betekenen dat je 50 kilometer de verkeerde kant op gaat zonder zijwegen. Tijdens de kennismakingstocht zijn we ook om half twaalf in de avond bij het hotel aangekomen. Het is te doen, maar het vraagt wel extra inspanning.

Oost-Kalimantan is niet een toeristisch gebied, verre van zelfs. Dat is tevens de charme. De hotels, vooral buiten de steden, hebben een lokale standaard, omdat ze zijn bedoeld als hotel voor de inwoners van het land zelf.
De lunch hebben we doorgaans onderweg, gewoon bij een plaatselijke warung, een eenvoudig restaurant. Je zit vaak als enige Europeaan tussen de locals en je eet de lokale dingen die doorgaans eenvoudig van samenstelling zijn, maar uitstekend smaken. Soms heb je rijst bij de maaltijd: in de ochtend, de middag én de avond, echter verveelt dit nooit. Brood tref je er niet veel aan. Bij elke maaltijd heb je sambal. Als bestek krijg je een lepel en een vork als je geluk hebt, maar de lokale gasten hebben dat niet nodig. Je eet met de handen, nadat je die eerst hebt gewassen bij het in het restaurant aanwezige wasbakje. Een wasbakje is iets dat in elk restaurant te vinden is. De reden ken je nu. Vooral vóór, maar ook na de maaltijd was je de handen.
Tijdens de tocht rijd je door het landschap, soms ook over onverharde wegen, naar de jungle. Zo’n onverharde weg kan gerust 30 kilometer lang zijn, en zonder warung. Uiteraard hoort een wandeltocht door de jungle er ook bij. Met de bekende ‘longtail’ boot snijd je door het water van het grote meer. Langs drijvende dorpen, de rivier op, de jungle in. Dieren die je in Nederland alleen in de dierentuin ziet zitten, zijn in de jungle in het wild te zien. Een speedboot brengt je naar het prachtige bounty-eiland Derawan, waar je prachtig kunt duiken of snorkelen. De enorme waterschildpadden zwemmen soms ineens langs je heen door het heerlijk warme water.
Borneo is zó anders dan wat we gewend zijn. De mensen, de taal, de cultuur, het verkeer en de natuur: niets is te vergelijken. Laat je rustig meevoeren in de stroom, geniet van het eten, neem vooral de tijd en haast je niet: dan heb je een waanzinnige tocht met de motor.
Heb jij genoten van dit verhaal? Meer weten over deze motortocht? Bekijk dan de mogelijkheden hier.
Bron: Venture Travels