Op ontdekkingstocht door Overijssel
Soms hoef je niet zo ver te reizen om iets bijzonders te ontdekken. Overijssel bijvoorbeeld. Een provincie waar je als noorderling vaak doorheen rijdt op weg naar andere oorden.
Soms hoef je niet zo ver te reizen om iets bijzonders te ontdekken. Overijssel bijvoorbeeld. Een provincie waar je als noorderling vaak doorheen rijdt op weg naar andere oorden.
Reis&Co-redacteur Sybylle Kroon ontdekte in Overijssel al kamperend een paleizenstad, een groen doolhof, een muzikale wijngaard en een kampeerplek met wellness.
Geruisloos zoeft onze elektrische camper door het landschap in de Kop van Overijssel. Deze regio in het uiterste noordoostelijke puntje van de provincie wordt omarmd door Friesland, Drenthe en de Noordoostpolder. Ooit lag deze regio tegen de Zuiderzee aan. De Noordoostpolder maakte daar een eind aan, maar waterrijk is dit gebied nog steeds. We staan stil voor de brug van Vollenhove. Waar ooit Zuiderzeevissers af en aan voeren, liggen nu plezierbootjes te wachten. Als de brug weer dicht is, rijden we door het eeuwenoude stadje en worden we gastvrij ontvangen door Taco en Aafke Jonkman van natuurcamping De Oldenhof.

Camper op camping de Oldenhof – Foto: Sybylle Kroon
Douchemuntjes voor warm water, brandschoon sanitair in een pipowagen, houtblokken en vuurkorven om je eigen verwarming te regelen. Het gebrek aan luxe deert ons niet, dit is vintage kamperen, terug naar de basis. We worden omringd door enorme, statige bomen: de camping is onderdeel van een heus landgoed, het bijbehorende kasteel is tegenwoordig een appartementencomplex. Een wekker heb je hier niet nodig, de natuur – in de vorm van tientallen vogels – zingt je de volgende ochtend wakker. Ontbijten doen we in de oude paardenstal van de boerderij waar Taco en Aafke wonen.
Bij de haven van Vollenhove valt een groot wit pand meteen op: het is een eeuwenoude herberg uit de vijftiende eeuw. Sinds 1621 draagt het de naam Seidel en het is nog steeds een herberg, met restaurant. Eigenaresse Marlice van Meer leidt ons trots rond. Binnen, onder het hoge balkenplafond, heerst de sfeer van weleer. Grote geweien aan de muur, velours gordijnen, koperen pannen bij de open haard. Kruip-door-sluip-door komen we bij de kerktoren uit. ,,Vroeger was dit de vuurtoren van Vollenhove”, weet Marlice te vertellen.

Sybylle bij Seidel in Vollenhove – Foto: Sybylle Kroon
Het karakteristieke stadje ademt een voorname sfeer uit, met tal van historische panden, waaronder vijf havezaten. Broer Ben, die Marlice ondersteunt in de bediening in het restaurant, weet precies hoe dat komt: ,,De bisschop van Utrecht woonde hier in de twaalfde eeuw. En dat trok edelen aan die landgoederen en havezaten bouwden. De nouveau riche van de Middeleeuwen kwam in Vollenhove samen.” In de zeventiende eeuw had het stadje maar liefst zeventien havezaten. ,,Niet zo gek dus dat ze Vollenhove ook wel de ‘stad der paleizen’ noemden”, vertelt Ben terwijl hij de gasten zijn beroemde geflambeerde aardbeien serveert.
We stappen op de fiets en fietsen vanaf Vollenhove naar een andere bezienswaardigheid in de Kop van Overijssel: Giethoorn. En we zijn niet de enigen: dit beroemde waterdorp, het ‘Venetië van het Noorden’, trekt duizenden toeristen. In Sint Jansklooster stappen we met fiets en al op de Ecoliner, een elektrische boot van Natuurmonumenten die bezoekers over de Beulakerwijde naar Blokzijl en Giethoorn vaart. Halverwege komen we langs een monument in het water: het markeert het dorp Beulaker, dat eind achttiende eeuw na twee stormen in de golven verdween. In het monument hangt een klok, naar verluidt uit de kerk van het verdronken dorp.

Monument voor het verdronken dorp Beulaker – Foto :Sybylle Kroon
Hoe dichter we bij Giethoorn komen, hoe drukker het op het water wordt. Vrijwillig schipper Koos Hulleman denkt er het zijne van: ,,Het is soms net Amsterdam op een zonnige dag, dan is het filevaren in de grachten.” Aan de kade stappen we uit, daarna fietsen we door het water- en brugrijke Giethoorn. We lunchen bij het beroemde café Fanfare, waar we vanaf het terras de voorbijvarende toeristen in fluisterboten aanschouwen. Het is niet verwonderlijk dat hier zoveel mensen op af komen: Giethoorn is een bijzonderheid. Dat moet je als Nederlander ook eens gezien hebben. Wij kunnen het in elk geval afvinken.

Bootjes in Giethoorn – Foto: Sybylle Kroon
Voor de wind fietsen we terug naar de camping in Vollenhove. De eerste druppen vallen. Tja, het blijft Nederland. Omdat de voorspellingen niet zo goed zijn, besluiten we ons boeltje op te pakken en een nachtje op Villapark Weerribben te slapen. Kunnen we meteen onze elektrische camper opladen, want op de camping in Vollenhove sloegen de stoppen door. Ook dat hoort bij kamperen: soms lopen dingen niet altijd zoals je ze gepland had. Bovendien zijn we zo wel dichtbij ons volgende doel: natuurgebied De Weerribben.
De volgende ochtend vertrekken we na het vorstelijke ontbijt richting Kalenberg, waar SUP-instructeur Arjan Berger al op ons staat te wachten. Natuurlijk hadden we ook een fluisterbootje, kano of roeiboot kunnen huren, maar wij doen het al suppend, door middel van Stand Up Paddling. We peddelen dus staand op een board door het waterrijke natuurgebied. ,,Het is de beste en mooiste manier om de Weerribben te verkennen”, vertelt de Paasloër, die twee jaar geleden zijn SUP-bedrijf is gestart. De in het buurtdorp geboren, getogen en (weer) woonachtige Arjan was als jongen al actief in de Weerribben en kent het natuurgebied op zijn duimpje. Hij neemt ons mee naar de mooiste plekken in dit groene doolhof. Als we na twee uur – zonder nat pak – terugkeren op de basis bij Het Doevehuis, verbaast het ons niks dat hij na omzwervingen over de hele wereld terug is gekomen naar dit paradijselijke stukje Overijssel.
Na de lunch starten we de accu van ons campertje om af te reizen naar een compleet andere omgeving in Overijssel. Op Camperplaats Vechtdal van Janny Dekens in Nieuwleusen parkeren we onze geruisloze bolide naast een houtgestookte hottub. Daar gaan we vanavond zeker gebruik van maken. We laten de houten tobbe alvast vollopen met water, straks stoken we de boel wel op. Op het terrein ontdekken we ook nog een sauna en een massagesalon. Zoveel wellness hebben we nog niet eerder gezien op een camping.

Wijnwandelpad bij Wijngoed de Reestlandhoeve – Foto: Sybylle Kroon
Voordat we daar gebruik van gaan maken, hebben we nog iets anders op de planning: een bezoek aan Wijngoed de Reestlandhoeve. Jazeker, er worden in deze streek druiven verbouwd. We pakken de fiets en via het agrarische landschap fietsen we een half uurtje later het erf op van John en Wilma Huisman, die vijftien jaar geleden met de wijngaard begonnen. Tijdens het tochtje over het Wijnwandelpad, langs de druivenranken, horen we muziek. ,,Klopt”, zegt John. ,,Wij spelen muziek voor onze druiven. Vraag me niet hoe het kan, maar het werkt. Druivensoorten die het voorheen slecht deden, doen het met muziek prima.” En dat zien we: de ranken hangen vol trossen en per jaar wordt er zo’n vijftienduizend liter wijn geproduceerd. Een kleine proeverij hoort natuurlijk bij de rondleiding en nadat we de muzikale wijngaard achter ons hebben gelaten, genieten we van een frisse witte en een koele rosé. Mooie gedachte dat dit glas streekwijn met aandacht, liefde en de tonen van Bach en Pachelbel tot stand is gekomen.
De avond valt in Overijssel. We fietsen door naar Proefkamer ‘t Reestdal in Balkbrug, waar we het ene na het andere culinaire kunstwerkje krijgen voorgeschoteld. Chef Daniël verrast ons met allerlei gekkigheid uit de omgeving, zoals soep met eendenkroos. Na vier gangen peddelen we voldaan terug naar onze camperplaats, waar de hottub alvast is opgestookt. Even later laten we ons zakken in het aangenaam warme water. We schenken een Reestlander wijntje in en kijken uit over het landschap dat verlicht wordt door de maan. Alsof we in een romantische film zijn beland.
De eerste elektrische camper van Nederland biedt ruimte aan 2 personen en is te huur via www.visitoost.nl/camper.
Door: Sybylle Kroon