Klimmen op een hunebed? Dat mag niet meer
Een hunebed is geen klimrek, het is een grafmonument. De beheerders van de Drentse hunebedden onthulden gisteren een bord: ‘hunebed niet beklimmen’.
Een hunebed is geen klimrek, het is een grafmonument. De beheerders van de Drentse hunebedden onthulden gisteren een bord: ‘hunebed niet beklimmen’.
Het bord werd onthuld bij het grootste hunebed van Nederland, naast het Hunebedcentrum in Borger. Pal erachter klommen vier jongeren lustig over het enorme grafmonument. „Maar ze vallen toch niet om?” is hun reactie.
Ook ouders zijn niet direct overtuigd van de noodzaak van een klimverbod. Pas als wordt uitgelegd dat een hunebed een graf is, wordt dat anders. John van der Borg uit Berkel Rodenrijs: „Het voelt niet als een begraafplaats. Voor kinderen is het een uitdaging. Zo’n bord helpt ook niet echt, denk ik.” Andere geluiden zijn er ook. Maurice Lensen uit Brunssum ziet het hunebed wel als een graf, maar het bord geeft volgens hem de verkeerde boodschap. „Met ‘niet beklimmen’ ben je er niet. Je moet duidelijk maken dat er mensen zijn begraven.”
Het bord is overigens geen officieel verbodsbord, meer een dringend verzoek aan de pakweg 100.000 mensen die jaarlijks de ‘berg stenen’ bij het hunebedcentrum beklimmen. De onthulling is de start van een campagne om respect te kweken voor de laatste rustplaats van onze ‘eigen’ voorvaders. Tenslotte zijn de graven zo’n vijfduizend jaar oud.
Het Drentse Landschap en Staatsbosbeheer, de beheerders van de 52 Drentse hunebedden, zijn niet van plan een hek om de stenen te gaan zetten. „De belevingswaarde moet overeind blijven”, zegt Teddy Bezuijen, hoofd terreinbeheer. Volgens hem is een echt verbod niet te handhaven en zijn de bordjes ook niet bedoeld om tenminste iets te hebben gedaan. Maar soms klauteren er zo veel kinderen op het hunebed van Borger dat het monument zelf niet meer is te zien.
Directeur Hein Klompmaker van het Hunebedcentrum meldt dat er regelmatig ongelukken gebeuren. „Als er door dit nieuwe bord 80 van de 100 kinderen niet meer op de hunebedden klimmen, ben ik heel blij.” Het balletje is gaan rollen door een bezoek van een groep indianen, die schande sprak van de manier waarop de Nederlanders met de graven van hun voorvaderen omspringen. De Drentse zanger Egbert Meyers verwoordde dat gevoel bij de onthulling: „Hoe beschaafd zijn we, als we gaan barbecuen tussen de stenen van een hunebed of er een verfbus op leegspuiten?”
Of er uiteindelijk waarschuwingsbordjes komen bij alle hunebedden, hangt af van het effect van het gisteren onthulde eerste exemplaar. Dat bordje zorgde er in ieder geval een paar uur voor dat niemand de stenen meer durfde te beklimmen.
Door: Bernd Otter