Ga naar boven

Margrietroute langs de bloemen van Jutland

Noorwegen heeft zijn fjorden, Zweden zijn naaldbossen en meren, maar wat heeft Denemarken? Dit Scandinavische land heeft bloemen, vooral op het schiereiland Jutland.

De Denen hebben zelfs een koningin met een bloemennaam: Margaretha II.

Margrietroute

Margrieten, lupinen en velden vol koolzaad: het Deense Jutland is in het voorjaar en de zomer een en al fleurigheid. Koningin Margaretha II – zelf verzot op margrieten – opende in 1991 een bloemrijke route in Denemarken: de Margrietroute. Of, zoals de Denen zeggen, de Margueritruten. De toeristische route is zo’n 3700 kilometer lang en goed bewegwijzerd. Wie de margrietbordjes volgt, komt langs de mooiste plekjes van Denemarken en Jutland. Je ziet daarom niet alleen auto’s, ook motorrijders en fietsers genieten van de schilderachtige landschappen en pittoreske dorpjes.

Aangenaam herkenbaar

Jutland is veelzijdig en toch ook aangenaam herkenbaar. Met de vergezichten op het platteland, bossen, hier en daar wat heuvels, meren, rivieren, zee, brede zandstranden, duinen, havenplaatsjes en levendige steden heeft het wel wat weg van Noord-Nederland. Beide regio’s delen dan ook eenzelfde natuurgebied: de Waddenzee. Het ‘thuisgevoel’ wordt nog wat verder versterkt door de aanwezigheid van Waddeneilanden. De drie bewoonde eilanden zijn Rømø, Mandø en Fanø. Rømø is te bereiken via een dam. Mandø is met acht vierkante kilometer en zeventig bewoners het kleinste bewoonde Waddeneiland. Het is alleen bij laag water toegankelijk: dan zijn de twee ‘ebbewegen’ berijdbaar. Vanuit de havenstad Esbjerg vaart een veerboot naar Fanø, het Ameland van Denemarken. Dit eiland heeft vier dorpjes, molens, fietspaden door de duinen en een breed zandstrand.

Mandø, het kleinste bewoonde Waddeneiland (Denemarken) - Foto: Shutterstock

Mandø, het kleinste bewoonde Waddeneiland (Denemarken) – Foto: Shutterstock

Logeren in een kro

Om in één vakantie de complete 3700 kilometer lange Margrietroute te volgen, is misschien wat teveel van het goede. Maar de route is uiteraard ook in kleinere delen op te knippen. Langs de route kun je bijvoorbeeld overnachten in kro’s. Dat zijn traditionele herbergen, meestal in historische panden ondergebracht. Ze zijn nog steeds geschikt voor datgene waar ze eeuwen geleden voor geopend werden: een plaats bieden voor de reiziger die na alle indrukken van de Deense bloemenpracht en het natuurschoon de honger wil stillen, de dorst wil lessen en zijn hoofd te ruste wil leggen.

Door Sybylle Kroon

Geplaatst op: 30 juli 2018
Geplaatst door: Sanne Dijkstra
Deze pagina delen:
Deze pagina delen: