Langs de Mississippi: blues zonder muziek
Grand Canyon, New York, Rocky Mountains. Prachtig! Maar de meeste indruk maakt het verval, de armoede en het sluimerende racisme langs de Mississippi.
Grand Canyon, New York, Rocky Mountains. Prachtig! Maar de meeste indruk maakt het verval, de armoede en het sluimerende racisme langs de Mississippi.
Een inkijkje in ‘het andere Amerika’. Ontwikkelingsland Amerika. De lucht strakblauw, op de achtergrond schilderachtige bergtoppen. Straten en huizen spik en span. Jonge hippe mensen drinken koffie in zoveel varianten dat Nederlanders de wenkbrauwen fronsen. Dit is Boulder, Colorado. Een universiteitsstad met een kleine 100.000 inwoners, 45 kilometer ten westen van metropool Denver.

Uitzicht op Boulder, Colorado – Foto Shutterstock
Het is een prachtige dag; studenten wandelen, fietsen of skateboarden in hun zomeroutfit naar de campus, voorzien van de groenste grasvelden ooit. In het water van het tropische zwemparadijs (jazeker!) liggen studenten te chillen op een luchtbed. ,,Studying hard!’’, roept eentje. Hij steekt z’n duim omhoog. Iedereen lacht in Boulder. Waarom ook niet? Dit is het paradijs op aarde. Dit is Amerika.
Iets meer dan 1000 mijl rijden (via Kansas, Missouri en Arkansas) en na anderhalve dag doemt de skyline van Memphis op. Met 650.000 inwoners is dit de grootste stad van Tennessee, maar het aantal burgers daalt. We zijn hier in hetzelfde land als dat van de pracht en praal van Boulder, maar het is een andere wereld. Bergen zijn ingeruild voor de zompige oevers van de Mississippi, de atmosfeer is klam en vochtig.
Eén minuut op straat in Memphis en je weet genoeg: armoe troef. Gebouwen zijn vervallen, staan leeg of beide. Behalve de iconische en toeristische muziekstraat Beale Street (veel Elvis Presley) is het weinig soeps in het stadscentrum. De buitenwijken gaan gebukt onder criminaliteit. Maar ook in de binnenstad is de armoe voelbaar: je wordt om de haverklap aangeklampt door bedelaars. Dit is óók Amerika. Misschien wel meer dan Nederlanders denken.

Memphis, Tennessee – Foto Shutterstock
Als je langs de oostoever van de Mississippi naar het zuiden rijdt, wordt het er niet bepaald beter op – en dat is een understatement. Via Highway 61, de Blues Highway, zak je steeds verder in de Mississippi Delta die model staat voor het arme Zuiden van de Verenigde Staten. Hier liggen de roots van de blues, de muziekstijl die evolueerde uit de klaagzangen van Afrikaanse slaven. De misère bezingen dus; als de blues hier al niet eerder uitgevonden was, zou je ’m zo opnieuw kunnen bedenken.
Langs de weg staan vervallen houten hutjes. Wonen daar echt mensen? Het kan bijna niet waar zijn, maar het heeft er alle schijn van. Katoen, katoen, katoen. Overal katoen, waar je ook kijkt. Nog steeds. Op goed geluk een onverharde weg in, dwars door een katoenveld. Hoe verder je van de grote weg raakt, hoe groter de ellende. Ergens heb je de (irrationele) vrees dat er ieder moment een boze redneck met een hooivork en een shotgun uit zo’n hutje komt zetten. De primitieve onderkomens worden vooral bewoond door zwarte mensen.
De onverharde weg loopt dood bij een kerk. Dat is op zich niet zo gek, want zo ongeveer op elke straathoek staat een kerk in dit deel van Mississippi. Sterker: er zijn meer kerken dan straathoeken. Mensen vinden er troost. Of een niet-lekkend dak, want de kerken en kapellen zijn bijna overal wél goed onderhouden.
Niet alle hutjes worden bewoond. Middenstand is hier amper meer. Tankstations zijn hier vaker verlaten dan brandstofleverancier. Mooi om een plaatje te schieten, vervelend wanneer je bijna zonder zit. Op een grasveldje staat een gedenkteken. Hier stond het huis, de hut, van blueslegende Muddy Waters. Hij trok als zoveel zwarte mensen noordwaarts; Chicago in zijn geval. De hut staat nu in het bluesmuseum in Clarksdale, even verderop.
Heel af en toe stuit je tussen de katoenvelden op een kast van een huis. Ook zonder fantasie weet je wat voor mensen daar vroeger woonden; het Zuiden van de VS kennen we van het slavernijverleden. De gevolgen ervan zijn nog steeds merkbaar. In geen enkel restaurant zie je zwart en wit aan één tafel zitten. De gemeenschappen lijken totaal langs elkaar heen te leven. Ook is er onderlinge argwaan.

Verval in Clarksdale – Foto Pierre Jean Durieu / Shutterstock.com
De problemen zijn ook voelbaar in Clarksdale, met z’n 20.000 inwoners een van de grootste stadjes in de Mississippi Delta. Niet alleen in een enigszins vaag gevoel dat je bekruipt als je over straat loopt, maar ook in harde feiten. De kleine huizen die in erbarmelijke staat nabij het stadscentrum staan, worden bewoond door de zwarte bevolking. Daar waar de huizen weer ‘typisch Amerikaans’ aandoen, met een groot gazon voor de deur, parkeren blanken hun auto op de oprit. Vreemd hoe de bevolkingsgroepen langs elkaar heen leven.
Niet alleen dat is bevreemdend in Clarksdale. Het stadje wordt gezien als de geboorteplaats van de blues, maar voelt als een ghost town. De tijd lijkt te hebben stilgestaan. Verlaten straten, oude auto’s en onnoembaar veel lege gebouwen. De blues is ogenschijnlijk dood en al een tijdje geleden begraven. De zwarte bevolking lijkt murw geslagen. Voor sommige huisjes ‘hangt’ een groepje jongeren. Ze luisteren naar hiphop, de blues van deze tijd. Een van de weinige barretjes die ’s avonds (of überhaupt) open zijn is eentje waar louter zwarte mensen komen. Twee witte toeristen (wij dus) horen de verhalen over vertrekkende kinderen en schrijnende armoede. Blues zonder muziek.
Er is hoop. Er zijn initiatieven om de blues te reanimeren. Drijvende kracht achter de revitalisatie is Roger Stolle, eigenaar van de platenzaak Cat Head Delta Blues in Clarksdale. Een blanke marketeer die vijftien jaar geleden naar Clarksdale verhuisde voor z’n grote liefde: blues. Nu organiseert hij festivals en zorgt hij ervoor dat er elke avond live blues is in Clarksdale. Op die manier probeert hij het bluestoerisme in gang te trekken.
Enthousiast vertelt hij in z’n platenzaak over de regio en zijn muziekgeschiedenis. Het werkt, maar het gaat stapje voor stapje. Er is het bluesmuseum, met de hut van Muddy Waters dus. Een van de clubs in Clarksdale heeft in acteur Morgan Freeman een beroemde eigenaar wiens roots in Mississippi liggen. Van buiten is het een ruïne, maar wie binnen kijkt ziet de hand van Freeman en z’n geld.

Een bluesclub in Clarksdale, Mississippi – Foto Stephan Bielski / Shutterstock.com
Een dag later belichaamt een meisje de keerzijde van de plannen van Stolle. Bij het optreden van die avond, in een kunstgalerij, acteert een wit meisje, duidelijk van goede komaf, de bluesartiest. Wederom alleen toeristen in de zaal. Het geheel voelt nep aan. Zij, wij, dragen niet de geschiedenis van de blues mee. Die van armoede, onderdrukking. Nog elke seconde voelbaar in de Mississippi Delta, ver weg van het Amerika dat wij als buitenstaanders kennen.
Dit artikel werd geschreven door André van den Ende.